Europese producenten hebben het steeds moeilijker.
4-9-2026
Planbureaus in mineur over Hoekstra: versoepelen EU-klimaatregels drukt energiekosten nauwelijks
Van een onzer correspondenten.
De versoepeling van de Europese klimaatregels die klimaatcommissaris Wopke Hoekstra voorstelt, verlaagt de energiekosten van bedrijven nauwelijks. Tegelijkertijd leidt het plan wel tot aanzienlijk meer CO₂-uitstoot. Daarmee bevindt Hoekstra zich in een uiterst moeilijke positie: hij moet de Europese industrie tegemoetkomen zonder de geloofwaardigheid van het klimaatbeleid te verliezen.
De maatregelen die in het rapport zijn doorgerekend, zouden in de komende 25 jaar leiden tot een extra Europese uitstoot die netto neerkomt op ruim elf keer de jaarlijkse uitstoot van Nederland.
Europese producenten hebben het steeds moeilijker. Hun energiekosten liggen aanzienlijk hoger dan die van concurrenten in China en de Verenigde Staten, schrijft de NOS.
Dat voedt de vrees dat fabrieken uit Europa verdwijnen of hun productie stilleggen. Voor de Europese Unie is dat extra problematisch, omdat zij juist minder afhankelijk wil worden van China en haar eigen industriële basis wil behouden. Voormalig ECB-president Mario Draghi waarschuwde eerder al dat Europa honderden miljarden extra moet investeren om zijn economie concurrerend te houden.
Tegen die achtergrond stelde de Europese Commissie in juli een versoepeling voor van het emissiehandelssysteem, het belangrijkste Europese instrument om de uitstoot van bedrijven terug te dringen. Bedrijven zouden langer de tijd krijgen om hun CO₂-uitstoot tot nul te reduceren en meer steun ontvangen bij de omschakeling naar schonere productiemethoden.
Een onderzoek van het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving maakt duidelijk hoe beperkt de directe winst voor bedrijven waarschijnlijk is. Volgens CPB-onderzoeker prof. dr. Herman Vollebergh leidt het voorstel wel tot een lagere energierekening, maar slechts in geringe mate.
De prijs van emissierechten zou door het pakket van Hoekstra met iets meer dan 10 procent dalen. Voor een megawattuur gas betekent dat volgens de berekeningen ongeveer 2 euro minder aan CO₂-kosten. De marktprijs van die hoeveelheid gas bedraagt momenteel echter ruim 70 euro. De besparing is dus klein in verhouding tot de totale energiekosten.
Beperkte economische verlichting tegenover aanzienlijk hogere emissies.
‘We krijgen er niet zoveel prijsverlaging uit, maar je krijgt er wel een heleboel extra CO₂-emissies voor terug’, zegt Vollebergh.
Daarmee wordt precies het dilemma zichtbaar waarvoor Hoekstra staat. De industrie vraagt om verlichting, maar een versoepeling van het emissiehandelssysteem lijkt daarvoor nauwelijks soelaas te bieden. Tegelijkertijd verzwakt zij wel de prikkel om snel van fossiele energie af te stappen.
Sinds 2005 moeten grote Europese bedrijven voor iedere ton uitgestoten CO₂ een emissierecht bezitten. Het aantal beschikbare rechten wordt jaarlijks verminderd. Daardoor stijgt de prijs van uitstoot en worden bedrijven aangespoord om minder olie, gas en kolen te gebruiken.
Hoekstra wil dat aantal rechten minder snel laten dalen. Daardoor zouden de prijzen van de rechten afnemen en zou fossiele energie voor industriële bedrijven iets goedkoper worden. Daarnaast wil hij ondernemingen extra financiële steun geven om te verduurzamen.
Maar juist de eerste maatregel levert volgens de planbureaus weinig op. De prijs van emissierechten daalt wel, maar de totale energiekosten slechts marginaal. De tweede maatregel — steun voor verduurzaming — kan bedrijven op langere termijn helpen concurreren zo is de inschatting, maar heeft nauwelijks invloed op de prijs van emissierechten zelf.
Hoekstra kan het bestaande systeem dus niet eenvoudig aanpassen zonder een uiterst ongemakkelijke ruil te accepteren: beperkte economische verlichting tegenover aanzienlijk hogere emissies.
De voorstellen riepen direct felle reacties op. Milieuorganisaties beschouwen ze als een onverantwoorde afzwakking van het Europese klimaatbeleid. Zij vrezen dat uitstel van de verduurzaming leidt tot extra uitstoot en investeringen in fossiele technologie langer in stand houdt.
Maar ook vanuit het bedrijfsleven klinkt geen onverdeeld enthousiasme. Sommige industriële belangenorganisaties zien de plannen als een noodzakelijke stap om Europese bedrijven niet verder op achterstand te zetten. De Europese koepel van de chemische industrie, Cefic, vindt de voorstellen echter onvoldoende om de oplopende CO₂-kosten werkelijk aan te pakken.
Landen willen het emissiehandelssysteem zelfs geheel afschaffen.
Dat maakt Hoekstra’s positie nog lastiger. Wie de industrie tegemoet wil komen, krijgt vanuit de klimaatwereld het verwijt dat hij de klimaatdoelen ondergraaft. Wie vasthoudt aan een hoge CO₂-prijs, krijgt vanuit de industrie te horen dat Europese bedrijven daardoor hun concurrentiepositie verliezen — zonder dat zij voldoende steun krijgen om te verduurzamen.
Hoekstra blijft benadrukken dat de Europese klimaatdoelen volgens hem niet in gevaar komen. De EU wil de uitstoot in 2040 met 90 procent hebben verminderd ten opzichte van 1990. Volgens de klimaatcommissaris is zijn voorstel daarmee volledig verenigbaar.
In zijn eigen laptop kan dat mogelijk kloppen, maar politiek en economisch blijft de spanning groot. Een klimaatdoel op lange termijn zegt immers niet automatisch hoe snel de uitstoot tussentijds daalt, noch hoe geloofwaardig de route naar 2040 en 2050 blijft. Iedere versoepeling maakt het bovendien moeilijker om bedrijven en lidstaten ervan te overtuigen dat de overgang naar klimaatneutraliteit onafwendbaar is.
In Brussel moeten de lidstaten nog uitgebreid over de plannen onderhandelen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat Hoekstra’s voorstel ongewijzigd wordt aangenomen. Sommige landen willen het emissiehandelssysteem zelfs geheel afschaffen of tijdelijk stilleggen, terwijl andere lidstaten juist vrezen dat Europa daarmee zijn klimaatbeleid en internationale geloofwaardigheid op het spel zet.
De Europese klimaatcommissaris staat daarmee tussen twee vuren. De industrie vindt zijn maatregelen mogelijk niet ver genoeg gaan, terwijl milieuorganisaties ze al als een gevaarlijke terugtocht beschouwen. Dat is misschien wel de kern van Hoekstra’s probleem: in een tijd van hoge energieprijzen en geopolitieke onzekerheid lijkt ieder compromis voor de ene partij te weinig en voor de andere partij te veel.
***
Bron o.a. hier.
***

0 reacties :
Een reactie posten