Klimaattop Antalya en het elektrische paard van Troje

 ‘Een elektrische auto die wordt opgeladen met stroom uit een op kolen gebaseerd net, kan voor het klimaat schadelijker zijn dan een auto die op benzine rijdt.’



26-9-2026

Klimaattop Antalya en het elektrische paard van Troje


Van een onzer correspondenten.

De volgende klimaattop vindt plaats in Antalya, van 9 tot en met 20 november 2026. Turkije wil daar de overgang van klimaatbeloften naar concrete uitvoering centraal stellen. Het paradepaardje van de Turkse COP31-voorzitterschap is een mondiale doelstelling om het aandeel elektriciteit in het eindenergiegebruik te verhogen tot 35 procent in 2035.

Maar er zit een fundamenteel probleem onder: elektrificatie is niet automatisch verduurzaming. Een elektrische auto, warmtepomp of datacentrum is alleen klimaatvriendelijk wanneer de benodigde elektriciteit hoofdzakelijk uit schone bronnen komt. Wanneer extra stroom wordt opgewekt met kolen of gas, wordt de energietransitie vooral een administratieve verschuiving. De kritiek op COP31 begint daarom niet pas in Antalya. Zij is al begonnen bij de vraag of Turkije zelf geloofwaardig genoeg is om de wereld de weg naar een fossielvrije economie te wijzen.

De uitstoot van de Turkse elektriciteitssector bereikte volgens Climate Action Tracker in 2025 zelfs een recordniveau.

Turkije heeft de afgelopen jaren onmiskenbaar vooruitgang geboekt met wind- en zonne-energie. Volgens Climate Action Tracker steeg het aandeel van wind en zon in de Turkse elektriciteitsproductie van 12 procent in 2020 naar 22 procent in 2025. Wind en zon leveren inmiddels elk ongeveer 11 procent van de Turkse stroom.

Ook het bredere aandeel van koolstofarme elektriciteit ligt hoger: volgens cijfers van Ember kwam in 2025 ongeveer 43 procent van de Turkse elektriciteit uit koolstofarme bronnen, waaronder waterkracht. De regering mikt bovendien op 47 procent hernieuwbare elektriciteit in 2030.

Dat is de ene helft van het verhaal. De andere helft is aanzienlijk minder fraai. Fossiele brandstoffen leverden in 2025 nog altijd 56 procent van de Turkse elektriciteit. Steenkool was goed voor 34 procent en fossiel gas voor 22 procent. De uitstoot van de Turkse elektriciteitssector bereikte volgens Climate Action Tracker in datzelfde jaar zelfs een recordniveau.

De hernieuwbare groei heeft de fossiele economie dus nog niet verdrongen. Zij is er voorlopig bovenop gekomen.

Dat komt doordat de elektriciteitsvraag in Turkije sterk groeit. De industrie, steden, huishoudens en dienstensector gebruiken steeds meer stroom. Daardoor kan een land tegelijk veel zonnepanelen en windmolens bouwen én meer kolen en gas verbranden. Het percentage fossiele stroom kan dan ongeveer gelijk blijven, terwijl de absolute uitstoot stijgt.

Dat is precies wat in Turkije gebeurt. Maar de formulering van de Turkse doelstelling bevat volgens critici een gevaarlijke lacune: zij verplicht landen niet uitdrukkelijk om de extra elektriciteit met hernieuwbare bronnen op te wekken.

Claire Smith van de campagneorganisatie Beyond Fossil Fuels waarschuwt daarom:

‘Laten we elektrificatie niet het paard van Troje van onze tijd laten worden, dat dient om nieuw fossiel brandstofverbruik te verbergen in plaats van hernieuwbare energie te bevorderen.’

Dat is geen semantische kwestie. Wanneer landen meer elektrische auto’s, warmtepompen en datacentra bouwen zonder kolen en gas snel terug te dringen, kan de energievraag juist extra fossiele productie uitlokken. Elektrificatie moet daarom altijd worden gekoppeld aan drie voorwaarden: schone stroom, uitbreiding van het elektriciteitsnet en voldoende opslagcapaciteit.

Ook het World Resources Institute waarschuwt dat elektrificatie slechts een middel is, geen einddoel. De organisatie vat het probleem samen met een treffend voorbeeld:

‘Een elektrische auto die wordt opgeladen met stroom uit een op kolen gebaseerd net, kan voor het klimaat schadelijker zijn dan een auto die op benzine rijdt.’

De kritiek komt niet alleen van actiegroepen. Climate Change News schreef dat Turkije en Australië — de twee landen die respectievelijk de COP-voorzitterschap en de formele onderhandelingen leiden — hun geloofwaardigheid riskeren doordat zij thuis fossiele energie blijven uitbreiden zonder een nationale einddatum voor kolen, olie en gas.

De Turkse klimaatexpert Ümit Şahin van het Istanbul Policy Center is nog sceptischer over de politieke richting van het gastland. Volgens hem benadert Turkije het fossiele vraagstuk hoofdzakelijk vanuit het eindgebruik:

‘Ik verwacht geen enkele druk vanuit het Turkse presidentschap op de producerende landen wat betreft de productie van fossiele brandstoffen.’

Vooral de positie van kolen maakt de Turkse klimaatambitie kwetsbaar. Kolen leverden in 2025 ongeveer 34 procent van de Turkse elektriciteit. Climate Action Tracker stelt dat dit aandeel in een traject dat verenigbaar is met 1,5 graad al in 2030 tot enkele procenten zou moeten dalen en rond 2035 vrijwel verdwenen zou moeten zijn.

In plaats daarvan ondersteunt de Turkse overheid de binnenlandse kolensector met aankoopgaranties en langlopende afspraken. Vanaf 2026 zouden binnenlandse kolencentrales volgens Climate Action Tracker zelfs gegarandeerde afnameprijzen ontvangen, waardoor kolencentrales economisch langer in bedrijf kunnen blijven. Daarmee ontstaat een rechtstreeks conflict tussen klimaatbeleid en energiebeleid.

De regering presenteert kolen als middel om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse energie. Zolang fossiele brandstoffen meer dan de helft van de Turkse elektriciteit leveren, kolen worden ondersteund met aankoopgaranties en gasproductie wordt uitgebreid zonder uitfaseringsplan, blijft de Turkse positie dubbelzinnig.

De loshangende stekker zal uiteindelijk argwaan wekken bij de binnenlating van het paard.

***





0 reacties :

Een reactie posten