Waarom Nederland het echte debat over islamisme en immigratie nog altijd hardnekkig ontwijkt

Datum:
  • maandag 3 augustus 2026
  • in
  •  Leven wij in tirannie? 




    Waarom Nederland het echte debat over islamisme en immigratie nog altijd hardnekkig ontwijkt

    Columnist Afshin Ellian betoogt dat zelfcensuur, mediadruk en politiek wegkijken een vrij debat over islamisme en immigratie ondermijnen, met grote gevolgen voor veiligheid en democratie.

    De aanslag op de Pride in Berlijn op zaterdag 25 juli toont wederom de onmacht om over islamisme te praten. Schrijver en oud-EW-columnist Pieter Waterdrinker zei vier dagen later in het tv-programma Goedemorgen Nederland van WNL dat de vrije meningsuiting over dit soort zaken niet meer bestaat. Hij gaf aan niet meer te weten hoe je daarover kunt praten zonder dat je van racisme wordt beschuldigd.

    Zo formuleerde hij het niet – hij maakte er een ingewikkeld verhaal van – maar dat bedoelde hij wel. Leven wij in tirannie? Deze vraag is legitiem, omdat dan niet iedereen zich vrijelijk kan uiten. Om iedereen gerust te stellen: wij leven in een vrije, democratische rechtsorde. Toch voelen velen zich niet vrij om hun mening te uiten over islamisme en immigratie. 

    Angst voor media en jihadistische bedreigingen

    Terecht zijn velen bang voor de heersende media. Die willen geen vrij debat over immigratie en islamisme. Een vrije ruimte voor debat of meningsuiting impliceert in de eerste plaats dat je bent gevrijwaard van represailles en uitsluiting. Als iemand als Waterdrinker islam als een veiligheidsprobleem bestempelt, dan moet diegene de reacties vrezen van journalisten van de Volkskrant of Nieuwsuur.

    Daarnaast kan hij door jihadisten worden bedreigd. En niemand wil worden aangevallen vanuit twee fronten. De Berlijnse politie zegt dat er ruim 2.000 islamitische radicalen zijn in Berlijn. Wat zullen die nu doen? Wachten ze tot jihadisten een volgende aanslag hebben gepleegd? En dan?

    Islamologen en de betekenis van jihad

    Al in 2002, nog geen jaar na de 9/11-aanslagen in de Verenigde Staten, stelde ik binnen en buiten de academische kring dat er een nieuw juridisch kader nodig is om de jihadisten te bestrijden. De eerste groep die bezwaar maakte, waren de islamologen.

    Zij hebben, uitzonderingen daargelaten, nooit het Westen gewaarschuwd voor de groei van de politieke islam. Islamologen vonden dat het woord jihad niet moet worden gebruikt, omdat het een religieus begrip is dat niet alleen naar ‘(defensieve) oorlogsvoering’ verwijst.

    Anders gezegd, jihad is altijd een vreedzame activiteit, hooguit onder bepaalde omstandigheden een defensieve vorm van geweldpleging. Het was bizar te zien hoe zij de propaganda van islamisten herhaalden.

    Obama en de terminologie rond islamitisch terrorisme

    Het duurde een paar jaar totdat het woord jihad gangbaar werd. Maar de Amerikaanse president Barack Obama (2009-2017) beval de Amerikaanse overheid om woorden als jihad, islamisme of politieke islam te vermijden. In plaats daarvan moest worden gesproken van terroristen en extremisten.

    Al die moordpartijen van de profeet Mohammed en zijn volgelingen waren dus defensief. De hele Griekse, Romeinse en Perzische wereld veroverden zij met geweld (dat gewoon ‘jihad’ heet), maar van islamologen en Obama moesten we hier van extremisten spreken, die niets met jihad van doen hebben. Zo werd paradoxaal genoeg afgezien van een strijd tegen de terroristische kant van de islamitische ideologie.

    Islamisme en immigratie: tijd voor een Europese islam

    De migratiedeskundigen vonden dat mijn kritiek op islamisme anti-immigratiegevoelens bij autochtone Nederlanders zou aanwakkeren. Ze wilden niet weten van een relatie tussen islamisme en immigratie.

    Op zich niet onbegrijpelijk: zonder islam en immigratie bestaan er geen islamologen en immigratiedeskundigen. Die beide groepen hebben uiteindelijk geen dienst bewezen aan de islam en aan immigranten.

    Door kritiek te uiten op de islam, en islamisme te verwerpen, nodig je moslims uit om een andere versie van islam in het Westen te creƫren: een, laten we zeggen, Europese islam die zich afzet tegen ayatollahs, Taliban, Al-Qaida of salafisme en die de seculiere Europese waarden verdedigt.

    Dat zou de burgermoed bij moslims bevorderen. Kort na 9/11 maakte ik een onderscheid tussen moslims, islam en politieke islam. Kritiek op islam of verwerping van islamisme is niet gelijk aan kritiek op moslims. Nog steeds zijn de moslims zelf het meest slachtoffer van islamisten. Zie de dagelijkse executies in Iran. 

    Immigratiebeleid en de val van kabinet-Rutte

    Eigenlijk moest immigratie al in 2002 onder controle worden gebracht. Wetten en beleid dienden te veranderen. Er gebeurde niets. Vele jaren later liet premier Mark Rutte (VVD) zijn kabinet vallen vanwege het onvermogen of de onwil van zijn coalitiegenoten om immigratie te beperken. Op 7 juli 2023 viel het kabinet Rutte-IV.

    Al in januari van dat jaar had ik van Rutte gehoord dat als er geen interne overeenstemming zou worden bereikt, het kabinet zou vallen, omdat het immigratievraagstuk van essentieel belang is voor de toekomst van Nederland en Europa. Beperking van immigratie, scherpe discussie over islamisme en concrete maatregelen tegen de ideologie daarvan (het salafisme) beschermen vooral de Nederlanders met een migratieachtergrond.

    Helaas wordt vooral de andere kant op gekeken, waardoor de islamisering van Nederland juist meer ruimte krijgt. Nu dreigt extreem-rechts overal in Europa eigenaar van het migratie- en islamdebat te worden. 

    Intussen gaan de islamitische aanslagen gewoon door. De ideologie van jihad is niet verslagen, wat jihadisten de kans biedt nieuwe soldaten te ronselen onder in Europa geboren moslims.

    Zelfcensuur, intimidatie en bedreigingen ondermijnen de vrijheid van meningsuiting. Nederlandse kabinetten hebben de werkelijkheid genegeerd rond immigratie en islamisme. 

    ELSEVIER


    0 reacties :

    Een reactie posten