OESO: CO2-beleid zet Nederlandse economie structureel op verlies

Datum:
  • maandag 16 februari 2026
  • in
  • Categorie: , ,
  •  We gaan een verdere afbraak van onze levensstandaard en welzijn tegemoet om CO2-uitstoot te beperken. 


    16-2-2026


    OESO: CO2-beleid zet Nederlandse economie structureel op verlies

    Door  

    Ik zou graag meer financieel-economische onderbouwingen van het EU-beleid zien. Daar waagt die EU zich liever niet aan. Het moet van externe partijen komen. Zo bracht de OESO eind 2025 een rapport uit over de effecten van het EU CO2-beleid op specifiek de Nederlandse economie. De resultaten zijn ontluisterend. We gaan een verdere afbraak van onze levensstandaard en welzijn tegemoet om CO2-uitstoot te beperken. We gaan ook heel veel meer betalen aan belastingen en voor producten.

    Het OESO-rapport over de economische effecten van klimaatbeleid

    Het Europese klimaatbeleid wordt vaak gepresenteerd als een noodzaak: onvermijdelijk, rationeel en uiteindelijk zelfs economisch voordelig. Maar wie het recente OESO-rapport over de gevolgen van het EU-klimaatbeleid voor de Nederlandse economie aandachtig leest, ziet heel iets anders: een stille en diepgaande herstructurering van onze economie, met vooral verliezers.

    Ook bespreekt het rapport een opvallend gebrek aan politieke eerlijkheid daarover. Dat gebrek aan eerlijkheid is voelbaar in het regeerprogramma van de nieuwe coalitie. 

    De kern van het CO2-beleid van de EU bestaat uit twee instrumenten: het emissiehandelssysteem (ETS) en het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens (CBAM). Samen moeten zij ervoor zorgen dat de Europese economie schoner wordt zonder dat vervuilende industrie simpelweg verhuist naar landen met soepelere regels. In theorie klinkt dat logisch. In de praktijk pakt het voor een open, industriële economie als de Nederlandse zeker niet neutraal uit, aldus de OESO.

    De industrie betaalt de rekening

    Volgens de OESO leidt het CO2-klimaatbeleid tot een structurele verdwijning van emissie-intensieve sectoren in Nederland zoals chemie, staal en raffinage, richting diensten en andere laag-emissiesectoren. Dat is geen neveneffect, maar expliciet beleid. Door CO₂ duur te maken, wordt zware industrie onbetaalbaar en verdwijnt daardoor uit ons land.

    Dat heeft directe gevolgen voor onze economie. Die is bovengemiddeld afhankelijk van export en doorvoer, dus juist in sectoren die veel energie gebruiken. Het OESO-rapport laat zien dat deze sectoren aan concurrentiekracht inboeten: exporten dalen, kostbare importen nemen toe en productie verschuift grotendeels naar het buitenland.

    Dit fenomeen heet: carbon leakage. Dit is geen theoretisch schrikbeeld, maar een concreet economisch effect dat de OESO nu expliciet bevestigt.

    Het CBAM is een schild met gaten

    CBAM wordt vaak gepresenteerd als hét antwoord op carbon leakage. Buitenlandse producenten moeten bij import in de EU voortaan ook een CO₂-prijs betalen, zodat Europese bedrijven niet worden weggeconcurreerd door vuilere productie uit het buitenland. Het OESO-rapport erkent dat dit mechanisme werkt, maar slechts zeer gedeeltelijk.

    CBAM beschermt de Europese thuismarkt, niet de exportpositie!

    Nederlandse bedrijven die staal of andere CBAM-goederen exporteren naar landen buiten de EU krijgen geen enkele compensatie voor hun hogere kosten. Op de wereldmarkt blijven Nederlandse bedrijven dus duurder dan concurrenten uit landen zonder CO₂-prijs. Het gevolg: marktaandeelverlies buiten Europa, terwijl productie binnen de EU slechts beperkt wordt beschermd.

    Met andere woorden: CBAM is een halve waarheid, zoals zo vaak in EU-beleid; enerzijds bescherming tegen concurrentie vanuit buiten de EU, anderzijds een veel hogere kostprijs waardoor de export buiten de EU dreigt te vervallen.

    Onderstaande grafiek – uit een eerder rapport van het Centraal Planbureau (CPB) over deze materie – spreekt boekdelen:

    (Bron: CPB)

    Energie-winst = industrie-verlies

    Een positief punt in het OESO-rapport lijkt de forse daling van fossiele-energie-importen. Nederlandse industrie importeert grote hoeveelheden olie en gas en het klimaatbeleid drukt die afhankelijkheid sterk terug door hogere prijzen. Dat lijkt de economie minder kwetsbaar voor geopolitieke schokken te maken. Immers; energie verkeert altijd in het centrum van geopolitieke machtsstrijd.

    Maar hier gaat het gruwelijk mis volgens de OESO: deze winst wordt geboekt doordat de energie-intensieve industrie gedwongen krimpt. We besparen dus op gas en olie, omdat de  productiecapaciteit, exportwaarde en strategische autonomie in essentiële sectoren af wordt gebouwd. Dat is geen gratis lunch, maar een zeer duur betaald diner.

    De politiek suggereert vaak dat vergroening en economische groei hand in hand gaan. De OESO laat zien dat dit voor Nederland niet klopt omdat de prijs vooral bij specifieke sectoren, zoals de industrie, wordt neergelegd.

    Werkgelegenheid: toenemende spanningen

    Voorstanders van het EU-beleid, zoals de drie nieuwe coalitiepartijen D66, CDA en VVD, wijzen graag op het feit dat het totale banenverlies beperkt blijft. Dat klopt gedeeltelijk: emissie-intensieve sectoren zijn kapitaalintensief en bieden relatief weinig werkgelegenheid. Maar dit argument is te makkelijk.

    Het rapport maakt duidelijk dat vooral specifieke beroepsgroepen fors geraakt worden. Met name technici en ingenieurs in de industrie raken hun banen kwijt. Deze mensen ‘verdwijnen’ niet vanzelf naar de dienstensector. Omscholing kost tijd en geld, en is lang niet altijd realistisch. Achter de macrocijfers gaan sociale spanningen schuil, die in de politiek geen aandacht krijgen.

    Grafiek afname werkgelegenheid:

    (Bron: OESO)

    De vraag over de gevolgen van klimaatbeleid wordt ontweken door de nieuwe coalitie

    Het Nederlandse klimaatbeleid – gebaseerd op EU-verordeningen – is volgens het OESO-rapport geen neutrale milieumaatregel, maar een industrieel herverdelingsprogramma. Het verschuift economische activiteit, handelsstromen en werkgelegenheid naar het buitenland.

    De echte vraag is daarom niet óf we klimaatbeleid moeten voeren, maar hoe eerlijk de politiek moet zijn over de gevaarlijke gevolgen. Willen we een Nederland met minder zware industrie, minder technische kennis en minder ingenieurs?

    Willen we strategische afhankelijkheid van buitenlandse productie accepteren zolang onze eigen uitstoot maar daalt? En wie compenseert de sectoren en werknemers die structureel verliezen? De overheid? Met ons belastinggeld? De consument? De nieuwe coalitie heeft hier expliciet voor gekozen en dat gaat duidelijk ten koste van onze welvaart en verzorgingsstaat.

    Zolang deze neveneffecten van de klimaatideologie niet expliciet worden besproken, blijft het klimaatdebat onevenwichtig en ondermijnt het de economie.


    Het OESO-rapport laat zien dat Nederland zich die luxe niet kan permitteren.

    Klimaatbeleid verandert Nederland ingrijpend. De vraag is niet meer of dat gebeurt – maar of we bereid zijn de economische en sociale consequenties onder ogen te zien, in plaats van ze weg te poetsen met mooie woorden over ‘transitie’, ‘EU Green Deal’ en ‘toekomstbestendigheid’.

    Het nieuwe kabinet begint al met halve waarheden.

    ***

    Bron hier.

    ***

    0 reacties :

    Een reactie posten