Aan duurzaam kleven nadelen

Datum:
  • zondag 15 april 2018
  • in
  • Categorie: , , ,
  • Kosten van de overgang naar wind-zonne- energie zullen enorm zijn

    Het lijkt zo lekker te gaan met de energietransitie. Maar onder het oppervlak zien de cijfers er een stuk minder rooskleurig uit. Het aantal zonnepanelen en windmolens in Nederland groeit gestaag, de nieuwste bouwnormen voor woningen zijn grotendeels gebaseerd op het gegeven dat bewoners gemakkelijk alle stroom zelf kunnen produceren met zonnepanelen, en met mooie projecten als Stroomversnelling, Klimaat vet en Energie Akkoord zo wordt Nederland klaargestoomd voor een
    fossielvrije samenleving.

    Maar zijn we ook duurzaam bezig?

    Wanneer je dieper in de materie duikt, zien de cijfers er minder florissant uit. Zo daalde de CO2- uitstoot van Nederland en Duitsland de afgelopen jaren niet of nauwelijks, ondanks de massale inzet van duurzame bronnen. Ook het aandeel zonne- en windenergie in het gehele energiegebruik is nog altijd zeer laag in Nederland in 2017 een schamele 2 procent en in Duitsland 4 procent.

    ________________________________

    Ogenschijnlijk gaat het voorspoedig met de overgang naar duurzame energie. Maar de integratie van deze energiebronnen is heel complex, riskant en kostbaar en waarschijnlijk contra productief, 
    _______________________________


    Of deze percentages ooit flink zullen groeien, is zeer de vraag. Zonne- en windenergie zijn weesafhankelijk waarvan de negatieve effecten worden onderschat. Ter illustratie: in 2016 heeft de zonnigste dag vijftig keer meer zonnestroom opgeleverd dan de donkerste winterdag. En de stormachtigste dag in 2016 leverde zelfs tachtig keer meer windstroom op dan de meest windluwe dag. Deze pieken en dalen hebben hun weerslag op drie momenten.

    Als eerste op het moment van pieken. Duitsland maakt al geregeld mee dat het stroompieken door zonne- of windenergie niet of nauwelijks kan verwerken in het elektriciteitsnet. Geregeld moet het daardoor zonne- en windstroom exporteren tegen lage of zelfs negatieve prijzen. Een uitweg is het stilzetten van windturbines, terwijl de fictieve stroomopwekking wel wordt vergoed. De kosten van dergelijke  'fantoomstroom' lopen al in de honderden miljoenen euro's.

    Fluctuaties 

    Een tweede moment is tijdens snel stijgende of snel dalende weesafhankelijke elektriciteitsproductie. Deze grote fluctuaties kunnen niet eenvoudig worden gecompenseerd door een flexibele vraag van elektriciteit of batterij-opslag. In Nederland kunnen deze pieken en dalen alleen worden 'opgevangen' met flexibele gascentrales. Het nadeel van deze centrales is een beduidend lagere efficiƫntie door het continue afremmen en opschroeven, met als gevolg hogere CO2-uitstoot.

    Het derde moment is de situatie waarin er weinig of geen zonne- of windenergie wordt opgewekt. Bij zonne-energie geldt de 80/20 regel: 80 procent wordt opgewekt in 20 procent van de tijd en andersom. Bij wind is dit wel beter, maar het grootste deel van de tijd wordt maar weinig tot geen zonne- en wind-energie geproduceerd.

    Weersafhankelijke energiebronnen hebben op zich een 'toegevoegde waarde. Een energie-neutrale woning wekt met zonnepanelen de gehele stroomvraag zelf op. Althans op papier. In de praktijk wordt slechts een kwart tot een derde zelf gebruikt en moet de rest worden geƫxporteerd en gesaldeerd. Stel dat dit op nationaal niveau moet gebeuren?

    Op macroniveau speelt nog iets anders, namelijk (systeem) integratie. Elektriciteit is een bijzonder product waarbij vraag en aanbod continu met elkaar in evenwicht moeten zijn.

    Anders kan het ernstige gevolgen hebben, zoals een algehele stroomuitval. Zonne- en windenergie zullen door hun grillige karakter helaas niet meer dan een minimale rol kunnen spelen in de energie-transitie: maximaal 5 procent van het totale energiegebruik. De integratie van deze energiebronnen is heel complex, riskant en kostbaar en hoogstwaarschijnlijk contraproductief.

    Mijn zorg is dan ook dat de huidige verduurzaming van Nederland zal leiden tot een onbetrouwbaardere en duurdere energievoorziening plus een toenemende CO2-uitstoot.

    De toekomstige kosten zullen enorm zijn. Minister Wiebes schat het op 500 tot 1500 euro per jaar per Nederlander! De vraag is of je dit wel duurzaam kan noemen want de VN-definitie voor duurzaam ontwikkeling is 'ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder afbreuk te doen aan het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien'.

    Deugdzaam 

    Is het wel duurzaam wanneer toekomstige generaties niet meer in hun behoeften kunnen voorzien door steeds stijgende energierekeningen? Dan kun je niet echt meer spreken van duurzame energie. Een betere term voor zonne- windenergie is deugdzame energie waarvan de kosten worden doorgeschoven naar de toekomstige generaties.

     Jon van Diepen De auteur is ondernemer in de energiesector

    Noordhollands Dagblad






    0 reacties :

    Een reactie posten