Van een onzer correspondenten.

2025 was een zeer zonnig jaar. Door de grote hoeveelheid zonnestraling was er ook veel verdamping. Samen met de geringe neerslag, vooral in het voorjaar, gaf dit een groot neerslagtekort. In De staat van ons klimaat beschrijft het KNMI het weer van 2025 en plaatst dit in de context van de wereldwijde klimaatverandering. Hoofddirecteur KNMI Maarten van Aalst schroomt het alarmisme niet, als hij schrijft:

‘Elders in de wereld zagen we de gevolgen van klimaatverandering. Bijvoorbeeld in Zuid-Europa waar door natuurbranden meer dan een miljoen hectare aan land werd verwoest, vooral in Spanje en Portugal. De extreme hitte en droogte, waardoor de natuurbranden zo hevig konden worden, komen in het huidige klimaat ongeveer eens per 15 jaar voor. Terwijl dat aan het begin van de vorige eeuw nog maar eens per 500 jaar was. Ook in Nederland groeit de kans op natuurbranden snel. Intussen neemt de wereldwijde uitstoot van C02 nog steeds toe.’

Het KNMI stelt dat 2025 ook een warm jaar was. De gemiddelde temperatuur in De Bilt in 2025 was 11,4°C. Daarmee komt dit jaar op de zesde plaats van warmste jaren sinds 1901, het begin van de meetreeks. De tien warmste jaren liggen dit jaar voor het eerst alle in de huidige eeuw, waarvan zeven in de laatste tien jaar. In het eerste kwart van deze eeuw is Nederland met 1 graad opgewarmd. De zomer van 2025 komt met een gemiddelde temperatuur van 18,5°C op de vierde plaats van warmste zomers van de meetreeks. Deze temperatuur is in het huidige klimaat niet uitzonderlijk en komt ongeveer eens in de twee jaar voor. In de koelere klimaten van begin deze eeuw en begin vorige eeuw kwam deze temperatuur slechts respectievelijk eens in de twintig en eens in de duizend jaar voor.


KNMI-meteoroloog Peter Siegmund zei vanochtend op de radio naar aanleiding van het rapport, dat ‘fundamenteel onderzoek’ vroeger meer de aandacht had dan nu: er is tegenwoordig veel aandacht voor het opslaan van data en alles op orde te hebben.’

Over hittegolven zei hij:

‘Een hittegolf is voor een groot deel een cultureel dingetje. Er is iets aan de hand en dan kun je het een mooi woord geven. Je hebt ook het woord koudegolf. Het is ook niet een internationale term. Veel landen hebben verschillende definities van het begrip ‘hittegolf’. De Belgen hebben toevallig dezelfde definitie als wij, maar als je onze definitie op Spanje zou loslaten, zou je elke dag een hittegolf hebben.’

Siegmund zei dat het weer altijd berust op toeval, in tegenstelling tot de langere termijn weertrends. Dat geldt ook voor hittegolven:

‘We weten niet hoe het weer zal zijn over twee weken, dat is toeval. Of het een warmere aprilmaand zal zijn of een koudere, is ook louter toeval.

***

Voor het rapport, zie hier

Voor het interview met Peter Siegmund, luister hier.

***