Wonen in een hel vanwege Windpark N33

Datum:
  • zondag 10 september 2023
  • in
  • Categorie: ,
  • Bezwaren en klachten van omwonenden structureel genegeerd


    De Groningse werkgroep Tegenwind N33 heeft tevergeefs geprobeerd de aanleg van Windpark N33 tegen te houden. Nu daar al twee jaar 35 enorme windturbines draaien zijn de nadelige gevolgen voor de omwonenden niet kinderachtig. Bovendien stoot dit windpark – net zoals alle windparken – veel ‘zeer zorgwekkende stoffen’ uit waarover nauwelijks iets bekend is, maar vragen van de werkgroep gebaseerd op eigen onderzoek worden steevast afgewimpeld. Ines van Bokhoven doet verslag.

    “We willen gewoon kunnen slapen,” zei de aardige mevrouw tegen me. “Dat is alles: dat we gewoon weer kunnen leven en slapen.”

    Het klinkt heel simpel en voor de hand liggend, maar een gesprek met deze mevrouw en de rest van de werkgroep Tegenwind N33 uit Groningen maakte me duidelijk dat ‘gewoon kunnen slapen’ niet zo eenvoudig is als je in de nabijheid van een windpark woont. En daar zijn heel wat redenen voor aan te wijzen.

     

    Windpark N33

    In Groningen loopt een autoweg, de N33, en vlak bij die autoweg staat het Windpark N33. Een park met maar liefst 35 kolossale windturbines, verdeeld over drie zones, waarvan er twee ieder vier turbines bevatten, en eentje de 27 andere. En dit park maakt mensen het slapen onmogelijk en het dagelijks leven tot een hel.

    De werkgroep is al opgericht in 2010 om de plaatsing van dit windpark te voorkomen. Het park bleek niet te voorkomen te zijn: het ouwe liedje van het niet luisteren naar bezwaren van omwonenden speelde uiteraard ook hier een grote rol. En de bezwaren die deze werkgroep had bleken niet alleen gegrond: nu het park inmiddels een feit is en al dik twee jaar draait, zijn de nadelige gevolgen voor de omwonenden niet kinderachtig.

     

    Vervuilende windmolens

    Ik meldde al eerder in verschillende columns dat windmolens helemaal niet zo schoon zijn als doorgaans wordt beweerd. Dat ze zelfs ernstig vervuilend zijn en een gevaar vormen voor zowel onze gezondheid als het milieu. Dat ze negatief bijdragen aan klimaatverandering en bodemuitdroging. Het bleek dat ik met mijn columns nog maar het topje van de ijsberg heb beschreven.

    Want deze werkgroep maakte er ook echt werk van: hun onderzoeken gaan diep en hebben nog veel meer negatieve kanten van deze vorm van energieopwekking blootgelegd. De komende tijd zal ik u geregeld op de hoogte houden van de avonturen van deze groep, die in feite een dwarsdoorsnede toont van wat alle windparken in Nederland en elders teweeg brengen, en het is niet kinderachtig. Het is gevaarlijk. En het is ondemocratisch.

     

    Zeer Zorgwekkende Stoffen

    Om nog maar eens terug te komen op de ZZS-en (Zeer Zorgwekkende Stoffen), stoffen die worden gezien als buitengewoon schadelijk voor mens en milieu, omdat ze bijvoorbeeld kanker kunnen veroorzaken, of voedselketens kunnen vervuilen waar ik al eerder op wees: deze werkgroep deed onderzoek en kwam met harde cijfers.

    Op de pagina van het RIVM schrijft men hierover: “Het doel van overheidsbeleid is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren”. De praktijk wijst uit dat dat niet noodzakelijk zo is. Het onderzoek van de werkgroep toont aan dat de vervuiling zorgen zou moeten baren. “Het windpark N33,” schrijft de groep in hun eigen rapportage, “heeft een jaarlijkse emissie van ± 1.170 kg BPA en microplastics, ± 1000 kg urethaanharsen, ± 1330 kg glas-en koolstofvezeldeeltjes (een nieuw soort asbest) en ± 2.261.301 kg reactorproducten.”

     

    Reactorproducten

    Wat zijn reactorproducten? Dit zijn stoffen die vrijkomen door een reactie die op de wieken ontstaat met waterdamp en fijnstof van allerlei aard dat waterdamp nu eenmaal met zich meedraagt, want onze lucht is behoorlijk verontreinigd zoals we al vrij lang weten. Die reacties doen weer andere stoffen vrijkomen, zoals ammoniumnitraat. Zeker als het gaat om een reactie met stoffen als stikstofoxiden of ammoniak – en onder het windpark in Groningen staan redelijk wat mestbassins waarin mestproducten staan te ontgassen. En die gassen zijn rijk aan precies die twee stoffen. Op deze foto ziet u er twee van:


    Verder beschrijft men de emissie van stoffen als salpeterzuur, waterstofnitriet en meer vervuilende en giftige zaken, die er in flinke hoeveelheden van af slijten. En al die rommel komt los tijdens een proces dat Leading Edge Erosion wordt genoemd. De foto’s ervan zijn gemakkelijk te vinden: windturbinewieken met gerafelde, afgesleten randen. Dan is er de 4-tBP (een zeer giftige antioxidant die veel wordt gebruikt in verf, lijm en epoxyharsen) op de monopiles (de palen van de turbines) die in het water staan: ernstige vervuiling terwijl (zeker zout) water die stoffen doet vrijkomen en verspreiden.

    Dat is behoorlijk ernstige vervuiling voor een enkel windpark met ‘maar’ 35 turbines. Als we bedenken dat er in de rest van de wereld veel grotere parken verrijzen, zoals eentje die gepland staat in China met maar liefst 7000 turbines, dan is de vervuiling van deze vorm van energieopwekking niet iets gerings om je druk over te maken, lijkt me zo.

     

    Aanfluiting

    De werkgroep las de resultaten van de quickscan, een rapport dat is opgesteld door het RIVM in opdracht van het SodM (het Staatstoezicht op de Mijnen), om het toxicologisch gehalte van een windpark in zee te onderzoeken en het effect van een dergelijk park op de omringende ecologie, en vond het een aanfluiting. Terecht: het rapport is, als je het ontdoet van de irrelevante illustraties, op krap 9 A-4tjes te printen. Het onderzoek, dat ‘voor intern beraad’ door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat werd aangehouden en geredigeerd, heeft het amper over het toxicologisch gehalte van windturbines, en werd dan ook ruim zeven maanden later opgevolgd door een nieuwe quickscan, met geannoteerde datum van de eerste scan.

     

    Geen antwoorden

    Probleem is alleen dat dat vervolgonderzoek evengoed geen antwoorden biedt op vragen die dringend zijn, en kunnen worden samengevat in een simpele vraag: hoe giftig en gevaarlijk voor mens en milieu zijn windturbines nu eigenlijk? Het antwoord: men weet het niet. Het vervolgonderzoek staat bol van opmerkingen die roepen om ‘meer inzicht’, ‘meer onderzoek’, of die simpelweg stellen dat bepaalde data niet beschikbaar zijn. En als het gaat om de erosie van de bladen van de turbines tast men helemaal in het duister: het is nog niet bekend waar die uit zullen bestaan.

    De werkgroep nam dus contact op met SodM, om terecht te vragen waarom men niet met de fabrikanten van de turbines om de tafel gaat zitten om samen te bepalen wat er gebouwd gaat worden, en hoe. Om op die manier dus greep te kunnen houden op wat er geplaatst wordt, en aan de hand van onderzoek de productie bij te sturen. Daarnaast zit het gebrek aan onafhankelijk onderzoek de werkgroep in hoge mate dwars, met de ervaringen die men inmiddels heeft met de gaswinning in Groningen, de immense schade die er is ontstaan en de omgang van de overheid met dat drama.

     

    Afwimpelen

    Het mag geen verbazing wekken dat er op dat voorstel geen enkel antwoord is gekomen van het SodM, terwijl juist het samenwerken met een werkgroep als deze zo verstandig lijkt te zijn. Deze mensen lijken wel antwoorden op sommige van de vragen te hebben gevonden, en het zijn antwoorden die niet bepaald geruststellen. De correspondentie tussen werkgroep en SodM wordt gekenmerkt door enigszins alarmistische e-mails van de werkgroep, boordevol met feiten, kennis, data en onderzoeksresultaten, die vrij afwimpelend worden beantwoord. Men verwijst naar de quickscan voor antwoorden op vragen – maar de quickscan heeft die antwoorden niet en stelt eigenlijk precies dezelfde vragen. En ook SodM moet toegeven dat er meer data nodig zijn om tot concrete antwoorden te kunnen komen, al is de algemene houding er vooral eentje van ‘maakt u zich toch niet zo druk, dat komt heus allemaal wel goed’.

    E

    Burgers lijken niet meer welkom te zijn bij de organisaties die hun wereld inrichten – ook aan de Klimaattafels waren enkel belanghebbenden aanwezig. Burgers werd niets gevraagd en mochten niets inbrengen. Het maakt niet uit in hoeverre een burger in staat is dingen te zien die de overheid over het hoofd ziet of soms zelfs bewust negeert: u zult worden afgewimpeld, maakt niet uit hoe zorgwekkend uw vragen zijn of hoe concreet en gefundeerd uw antwoorden.

     

    Toxicologische gevolgen

    En samenvattend kunnen we dus over de gigantische windparken die nu gebouwd worden, zoals in de Noordzee en elders, zeggen dat we amper weten wat de toxicologische gevolgen voor milieu en gezondheid gaan zijn – en het lijkt wel alsof men er ook niet erg in geĆÆnteresseerd is om daar achter te komen. De beide quickscans zijn dure en hilarische aanfluitingen die niets concreets bieden voor de bezorgde burger, die nu wel eens wil weten wat al die windturbines in de wereld nu eigenlijk met z’n gezondheid en het milieu doen.

     

    Trillingen

    De werkgroep ontdekte nog veel meer, zoals de trillingen die windturbines voortbrengen en hoe een windpark als een pijporgel lawaai kan staan maken, maar ook hoe die trillingen op allerlei frequenties schade kunnen aanrichten. In het volgende stuk zal ik daar meer over uitleggen.

    Mijn dank gaat uit naar de werkgroep Tegenwind N33: deze mensen doen werk waar we notie van moeten nemen. Het is belangrijk. U hoort ervan!

     

    Vond je dit artikel goed? Steun Ines van Bokhoven via inesvanbokhoven.backme.org



    0 reacties :

    Een reactie posten