D66: in alles het tegengestelde van waarvoor de partij is opgericht

Datum:
  • zaterdag 7 januari 2023
  • in
  • Categorie: , , ,
  • Net als in 1966 is de democratie vastgelopen


    7 januari 2023 - Jan Gajentaan


    De laatste tijd is er veel kritiek op de huidige koers van D66. Elitair, eurofiel, blind voor de gevolgen van ongecontroleerde immigratie en bezeten van het idee dat Nederland klimaatkoploper moet zijn. Het laatste dan weer zonder kennis van zaken: een minister van Klimaat en Energie, Rob Jetten, die het verschil tussen stikstof en kooldioxide niet kent, aldus Ronald Plasterk. Toch is het interessant om nog eens te kijken naar de reden waarom D66 ooit is opgericht: het verlangen naar een vitale democratie met meer invloed voor de burger, schrijft Jan Gajentaan.

    Amerikaanse invloed

    In de periode waarin D66 (toen nog als D’66 geschreven) werd opgericht, midden jaren zestig, was er een jonge generatie die na WO2 was opgegroeid met het idee dat onze bevrijders, de Amerikanen, een lichtend voorbeeld waren. Juist in die tijd begon dat ideaalbeeld overigens wel te kantelen door de Vietnamoorlog. De verliefde bewondering maakte plaats voor intense afkeer: ‘Johnson moordenaar!’ werd gescandeerd in de Nederlandse straten.

    Dit neemt niet weg dat de naoorlogse generatie, waar de belangrijkste oprichters van D66, Hans Gruijters en Hans van Mierlo, deel van uitmaakten, sterk gericht was op de Amerikaanse democratie en cultuur. Wie vanuit dat perspectief het befaamde AppĆØl dat voorafging aan de oprichting van D66 nog eens herleest, ziet dat het bijna een een-op-een vertaling is van de Amerikaanse constitutie. Met als enige verschil dat de gekozen president vervangen werd door de gekozen premier.

    Volgens Van Mierlo c.s. moest er een districtenstelsel komen en minder politieke partijen. Ik denk dat zij – ook al naar Amerikaans voorbeeld – een grote progressieve volkspartij versus een grote conservatieve volkspartij voor ogen hadden. D66 zag zichzelf als de Nederlandse variant van de Democratic Party en in de media werd Van Mierlo omschreven als de nieuwe Kennedy.

    De kandidaat-premiers, in de visie van het toenmalige D66, moesten voor de verkiezingen met elkaar het debat aangaan op basis van een duidelijk programma, waarna de kiezer het laatste woord zou hebben. De uiteindelijk gekozen premier zou daarna zijn of haar programma uitvoeren, in plaats van het gebruikelijke beeld van een brede coalitie die in de achterkamertjes een akkoord bijeen ritselt. Zonder inspraak of invloed van burgers.

     

    Referendum

    Over D66 en het referendum valt een hoop te zeggen. Zeker in de begintijd werd D66 in de media gepercipieerd als een pro-referendum partij en Hans Gruijters was er een groot voorstander van. Maar bij het eerste partijcongres, eind 1966, werd het referendum door een meerderheid afgewezen, omdat zij bang waren voor ‘gaullistische en Zuid-Amerikaanse invloeden’. Het partijbestuur kreeg de opdracht te onderzoeken hoe een referendum plaats kon vinden zonder deze invloeden: men was bevreesd voor een ‘sterke man’. Geheel onbegrijpelijk was dit niet: ook Adolf Hitler hanteerde in zijn begintijd graag het referendum.

    Daarna bleef het lang stil bij D66 over het referendum, totdat Hans van Mierlo begin jaren negentig na zijn comeback ineens de geest kreeg en het referendum actief begon te promoten. Maar toen hij eenmaal minister van Buitenlandse Zaken was in het paarse kabinet, hoorden we Van Mierlo niet meer over het referendum. Ook niet over de gekozen premier, trouwens. Misschien had Van Mierlo beter uit de paarse regering kunnen blijven, om vanuit het parlement zijn ‘kroonjuwelen’ te verwezenlijken.

    Terwijl het huidige optreden van D66 voor velen – en zeker voor ondergetekende – een bron van heel wat ergernissen is, blijft de bestaansreden van deze partij natuurlijk wel iets om bij stil te staan. Maar, terwijl de belangrijkste oprichters Van Mierlo en Gruijters net als veel medeoprichters van D66 overtuigde Atlantici waren met een fascinatie voor de Amerikaanse democratie, verschoof dit perspectief langzaam. Door invloed van partycoryfee Laurens Jan Brinkhorst en later ook de partijleiders Alexander Pechtold en Sigrid Kaag, werd D66 steeds meer een pro-EU partij.

    Advertenties

    Meer zeggenschap voor de burger

    Openheid, duidelijkheid, vrijheid en meer politieke zeggenschap voor de burger. Dat stond op de allereerste verkiezingsposter van D66. Is dat niet waar we juist nu zo ontzettend behoefte aan hebben? En is het gebrek eraan niet de reden waarom velen horendol worden, in sommige gevallen zelfs radicaliseren?

    We worden steeds meer geregeerd vanuit elitaire kringen, waarbij door onze elite EU-recht en -bestuur boven het nationale zijn geplaatst. Daarnaast is er sprake van toenemende juridisering, zie alle stikstofperikelen, waarbij de rechter het landsbestuur volledig klemzet. Of je nu rechts of links bent, vanuit democratisch perspectief is dit uiterst onwenselijk. Zie ook de columns in de Telegraaf van bijvoorbeeld Leon de Winter (meer een ‘rechts’ perspectief) of Ronald Plasterk (meer een ‘links’ perspectief), die in dit opzicht tot dezelfde conclusies komen.

     

    Vitale democratie

    De vraag die we ons moeten stellen is dus eigenlijk dezelfde als in 1966: hoe komen we tot een vitale democratie met meer zeggenschap voor de burgers? Waar de oprichters van D66 zich blijkens het AppĆØl zorgen maakten over ‘de ernstige devaluatie van onze democratie’, heeft de Nederlandse burger anno 2023 daar misschien nog wel meer reden toe. Want niet alleen is het ondoorzichtige achterkamertjesgedoe van coalitiepartijen gebleven – zie bijvoorbeeld het aanstellen van Vera Bergkamp als Kamervoorzitter na een onderonsje van Kaag en Rutte – zoals hierboven beschreven worden we tegenwoordig ook nog eens in hoge mate bestuurd door internationale organisaties en door activistische rechters. Dat is zo mogelijk nĆ³g ondemocratischer!


    Amerika in verval

    Over het grote democratische voorbeeld van D66, de vitale Amerikaanse democratie, valt intussen ook weinig positiefs te melden. Ook Amerika is ten prooi gevallen aan diepe polarisatie, een vergaande juridisering van het politieke proces en een elite die meer internationale belangen behartigt dan de eigen nationale. De corruptie van de familie Biden, die miljoenen verdiende in OekraĆÆne, spreekt boekdelen. Als reactie daarop is een sterke ‘populistische’ tegenbeweging ontstaan, op dit moment nog aangevoerd door Donald Trump.

    Het onvermogen van de Republikeinen om iemand uit eigen gelederen tot voorzitter van het Huis van Afgevaardigden te kiezen toont aan, dat de polarisatie in de VS niet alleen tussen progressief (Democrats) en conservatief (Republicans) is, maar ook nog eens tussen conservatieven onderling. Bij het schrijven van dit stuk is de Republikeinse kandidaat-voorzitter Kevin McCarthy er na 11 stemrondes nog niet in geslaagd een meerderheid te verwerven. Bij publicatie misschien wel, maar een blamage blijft het.

    Kortom, de uitdagingen in zowel Amerika als in Europa en meer specifiek in Nederland, zijn groot. De globalisering eist zijn tol, we hebben te maken met een disfunctionele overheid, onmachtige bestuurders in de greep van woke en ander politiek-correct gedachtengoed en een burger die dreigt te radicaliseren, omdat hij/zij nergens meer grip op heeft. Het vraagstuk van 1966 is nu actueler dan ooit: hoe maken we onze democratie weer vitaal en gezond?














    0 reacties :

    Een reactie posten