Restrictief asielbeleid is niet onmogelijk, maar kwestie van politieke wil

Datum:
  • zondag 4 september 2022
  • in
  • Categorie:
  • Standpunt Rutte gebaseerd op drijfzand

    4 september 2022 - Johannes Vervloed


    De overgrote meerderheid van de Nederlanders wil een ander, veel restrictiever asielbeleid, omdat het huidige beleid onhoudbaar is en een te grote druk legt op onze verzorgingsstaat. Volgens premier Rutte en zijn kabinet kan dat niet vanwege internationale verdragen en zou Nederland anders de EU worden uitgegooid. Dat is een uitspraak die absoluut niet klopt. Een restrictiever asielbeleid is uitsluitend een kwestie van politieke wil. Johannes Vervloed maakt duidelijk waarom en geeft aan welke veranderingen mogelijk zijn.

    Het is overduidelijk. De chaotische toestanden in Ter Apel laten geen andere conclusie toe: het huidige asielbeleid van ons land is niet langer te handhaven. Nederland blijkt dermate populair dat ons land dit jaar wordt overstroomd met – al dan niet kansloze – asielzoekers. Tegelijkertijd blijkt uit recent onderzoek dat de Nederlandse burger in grote meerderheid een tijdelijke asielstop en een ander, restrictiever asielbeleid wil.

     

    Noodrem

    Een tijdelijke noodrem is daarom geboden, gevolgd door een ander asielbeleid. De oplossing is onontkomelijk: Nederland moet zich niet langer laten gijzelen door het de facto open grenzen-beleid van de EU en het heft weer in eigen hand nemen. Het is de enige manier om onze welvaarts- en verzorgingsstaat te behouden en de bevolkingsgroei in Nederland weer beheersbaar te maken. De asielinstroom is volgens het CBS inmiddels verantwoordelijk voor een groot deel van de totale bevolkingsaanwas. Een nationale invulling van het asielbeleid doet bovendien ook recht aan Nederland als traditioneel toevluchtsoord voor echte vluchtelingen. Want in het huidige open grenzen-beleid is het onderscheid tussen echte vluchtelingen en economische migranten volkomen vervaagd.

     

    Drijfzand

    Volgens minister-president Rutte – daarin onweersproken op zijn wekelijke persconferentie – is een ander asielbeleid allĆ©Ć©n mogelijk als Nederland uit de Europese Unie stapt. Dat is een puur politieke uitspraak, die zowel praktisch als theoretisch op drijfzand berust. Praktisch, omdat een aantal lidstaten van de EU al een restrictief asielbeleid voert zĆ³nder dat hun lidmaatschap op het spel staat. Theoretisch, omdat noch het Vluchtelingenverdrag uit 1951, noch het opvolgende Protocol uit 1967, noch het Europees Recht, noch het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) een restrictief asielbeleid verbieden.

     

    Praktische opties

    EU-lidstaten als Hongarije, Polen en Slowakije hanteren een restrictief asielbeleid. Hongarije is daarin het meest outspoken. Het land hecht aan de eigen cultuur en waarden en wil deze niet door een immigrantenstroom vanuit een andere cultuur met andere waarden laten verwateren. Met name is men beducht voor islamitische immigranten, die hun religieuze dogma’s boven de wetten van het gastland stellen. Polen heeft zelfs de grens met Belarus gesloten, toen bleek dat Loekasjenko het land probeerde te overspoelen met (ingevlogen) migranten uit Turkije. Het land hield zich niet langer aan het non refoulement-beginsel (niet mogen terugsturen van vluchtelingen) uit het Vluchtelingenverdrag, omdat volgens de Poolse regering de nationale veiligheid in het geding was. Slowakije en (in mindere mate) TsjechiĆ« voeren eveneens een strak asielbeleid. Beide landen verzetten zich ook tegen een EU-quotasysteem en stellen zich principieel op het standpunt dat asielbeleid gĆ©Ć©n EU-beleid is.

    Dat asielbeleid een nationale bevoegdheid is, staat als zodanig ook duidelijk geformuleerd in het Verdrag van Maastricht (1992).
    Wel werd in het Verdrag van Lissabon (2009) een opening geboden voor een eigen EU-asielbeleid, maar tot op heden is zo’n beleid niet van de grond gekomen. Met het verzet vanuit Oost-Europa – en binnenkort naar verwachting ook vanuit ItaliĆ« onder leiding van  Giorgia Meloni – is het nog steeds onwaarschijnlijk dat een dergelijk communautair asielbeleid kans van slagen heeft.

     

    Verdragsverplichtingen

    De bewering dat het Vluchtelingenverdrag een restrictief asielbeleid onmogelijk zou maken, is onjuist. Evenmin is dat het geval voor het EVRM. Letterlijk staat in het Handboek Europees recht op het gebied van asiel, grenzen en immigratie, pagina 42: “er is geen recht op asiel als zodanig”.

    Het Handboek is gebaseerd op het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951, het opvolgende Protocol van 1967, het Europees Recht en het EVRM. Wel dienen bepaalde procedures in acht te worden genomen. Een asielzoeker dient gehoord te worden en binnen een bepaald tijdsbestek moet de asielaanvraag worden behandeld. De behandeling hoeft niet per sĆ© in Nederland plaats te vinden; het kan gewoon in het eerste land van binnenkomst in de EU. Migranten die de EU-buitengrens weten over te steken – bijvoorbeeld de ‘bootvluchtelingen’ – moeten bij aankomst in de Europese Unie ter plaatse de asielprocedure kunnen doorlopen.

     

    Lidstaat van binnenkomst

    De lidstaat waar de asielzoeker binnenkomt is ook verplicht het asielverzoek te behandelen. Doet de betreffende lidstaat dat niet en reist de asielzoeker door naar een andere lidstaat van de EU – bijvoorbeeld Nederland – dan is die lidstaat volgens de Dublin verordening gerechtigd de asielzoeker terug te sturen naar de lidstaat van binnenkomst. In de Nederlandse praktijk gebeurt dat echter niet.

    Of een lidstaat wel of niet asiel verleent is vervolgens geheel voorbehouden aan die lidstaat. De lidstaat dient te bezien of er zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reĆ«el risico loopt op blootstelling aan een behandeling die verboden is op grond van artikel 2 (recht op leven) en artikel 3 (verboden foltering) van het EVRM. Elke lidstaat is volkomen vrij om een eigen beslissing te nemen. In de praktijk blijkt dat sommige lidstaten coulanter zijn dan andere lidstaten. Een voorbeeld is het Nederlandse toelatingsbeleid voor Pakistanen. In de gehele EU is het inwilligingspercentage van een asielaanvraag voor deze groep gemiddeld 14%, in Nederland 89%!

    Kortom, Nederland kan als het wil binnen de juridische kaders van het internationale – en EU-recht een (veel) restrictiever asielbeleid voeren dan Rutte beweert.

     

    Zes Punten Plan

    Om dit te realiseren zou onderstaand Zes Punten Plan als leidraad kunnen dienen.

    1. Invoeren van een tijdelijke asielstop, met beroep op ‘overmacht’, bijvoorbeeld in de vorm van een moratorium van twaalf maanden op nieuwe asielaanvragen.
    2. Formulering van een nieuw asielbeleid, bijvoorbeeld volgens  het Deense model dat is gekozen door de sociaaldemocratische regering van Denemarken. In dat model krijgen statushouders geen definitieve verblijfsvergunning. Zodra de situatie in hun land van oorsprong verbeterd is, moeten zij terug. Asielzoekers moeten buiten Denemarken, bijvoorbeeld in Rwanda, de uitkomst van de behandeling van hun asielaanvraag afwachten. Integratie in de samenleving is in Denemarken dus niet vrijblijvend.
    3. Strikte hantering van de Dublin-verordening, inclusief grenscontroles om asielzoekers onmiddellijk terug te kunnen sturen naar de lidstaat van binnenkomst. Dat terugsturen van asielzoekers naar Griekenland en KroatiĆ« niet mag van de rechter, zoals in bijgaand artikel van de Telegraaf wordt gesteld, mag geen beletsel zijn. Tussen deze twee landen en Nederland liggen nog diverse andere (doorreis)landen, waar de asielaanvragen kunnen worden gedaan. Dat het recente ‘aangepaste’ asielbeleid van de regering een wassen neus is, behoeft weinig betoog. De instroom wordt er niet door beperkt. Een minder snelle gezinshereniging en geen nieuwe selectie van personen voor hervestiging onder de EU-afspraken in het kader van de Turkije-deal (2016), zetten geen zoden aan de dijk. Het betekent hooguit ‘minder meer’.
    4. Afgewezen asielzoekers – in het bijzonder de economische migranten, de veelal ‘veiligelanders’ – moeten onmiddellijk worden uitgewezen naar hun vaderland.
    5. Afgewezen asielzoekers, die geen medewerking verlenen aan hun repatriƫring, moeten worden gedetineerd.
    6. Er moet een harde aanpak komen van mensensmokkelaars en NGO’s die ‘veerdiensten’ onderhouden op de Middellandse Zee.

     

    Politieke wil

    Een restrictiever asielbeleid is dus puur een kwestie van politieke wil en stuit niet op juridische obstakels. Er zijn – in weerwil van wat Rutte en Van der Burg beweren – geen juridische en/of verdragsrechtelijke beletselen om de asielstroom in te dammen. Zoals ik drie jaar geleden al schreef: “Asielverlening is evenals reguliere immigratie een soevereine bevoegdheid. Elk land, dus ook Nederland, bepaalt zelf of het een asielzoeker wel of geen asiel wil verlenen.”

    Een mooie opdracht voor de regering om de wil van het Nederlandse volk in beleid om te zetten.









    0 reacties :

    Een reactie posten