IPCC-wetenschappers: klimaatmodellen leiden tot onrealistische doemscenario’s

Datum:
  • woensdag 11 mei 2022
  • in
  • Categorie: , , , , ,
  • Voor het eerst serieuze kritiek uit eigen kring



    Groot nieuws op klimaatgebied: na jarenlang alarmerende berichtgeving over de opwarming van de aarde keert nu het tij. Vijf toonaangevende klimaatwetenschappers betogen dat de door het VN-klimaatpanel IPCC gebruikte klimaatmodellen onterecht een veel ’te hete’ toekomst voorspellen. De modellen leveren volgens de wetenschappers onrealistische doemscenario’s op en moeten daarom worden bijgesteld. Natuurwetenschapper dr. Ferdinand Meeus kan alleen maar hopen dat deze zwaarwegende boodschap ook de media bereikt.

    Ongeveer elke vijf jaar publiceert het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties, een klimaatrapport dat dient als wetenschappelijke onderbouwing voor klimaatbeleid van de meeste regeringen. Op basis van deze IPCC-klimaatrapporten heeft de EU besloten om tegen 2050 de uitstoot van CO2 te reduceren tot nul. Met een tussenstap in 2030, dan moet een reductie van 55% zijn behaald.

     

    Peperduur

    Over de peperdure onzin van dit EU-beleid en de vernietiging van onze welvaart is al meerdere keren bericht. De uitstoot van de EU is amper 9% van de wereldwijde uitstoot. En wanneer China en India, met meer dan 30% CO2-uitstoot, rustig verdergaan met het bouwen van steenkoolcentrales, zal de totale wereldwijde uitstoot in 2030 en 2050 netto groter zijn dan vandaag. Zelfs als de EU-uitstoot naar nul gaat.

     

    CIMP6

    Het laatste IPCC-rapport, Assessment Report 6 bevat de resultaten van de meest recente generatie klimaatmodellen, bekend als CIMP6. Het is belangrijk om te weten dat het IPCC niet één klimaatmodel gebruikt, maar werkt met meer dan vijftig verschillende modellen. Die allemaal telkens worden verbeterd in de opeenvolgende rapporten. Elk model heeft zijn eigen specifieke representatie van het complexe klimaat via verschillende formules met aannames en vele parameters. Meer info over de werking van de IPCC-modellen kan je vinden in een eerder artikel van mijn hand.

     

    ‘Te hete’ modellen

    Het was dan ook een onverwachte en pijnlijke vaststelling dat de laatste (en dus in theorie ‘beste’) generatie klimaatmodellen CIMP6 grotere onderlinge verschillen vertoonde dan de vorige generatie CIMP5. Als wetenschapper verwacht je dat een verbeterde versie van alle modellen de complexe realiteit beter reproduceert en dus de onderlinge verschillen kleiner maakt. Het omgekeerde is waar. Bovendien bleek dat de temperatuurvoorspellingen tegen 2050 en 2100 van CIMP6 in een belangrijke subset van de modellen groter (heter) waren dan in CIMP5. Erger nog, die ’te hete’ modellen konden ook het verleden niet goed reproduceren. Zelfs de meest overtuigde klimaatalarmisten kregen dit niet meer verkocht.

     

    Verschillen

    Het gaat inderdaad over grote significante verschillen tussen aan de ene kant een voorspelde opwarming van 1,8 °C, tot aan de andere kant een opwarming van 5,6 °C. Dat is dus een factor drie verschil. En diezelfde IPCC-wetenschappers hadden net een speciaal rapport gepubliceerd waarin werd gezegd dat een verschil in opwarming van 0,5 °C een groot “alarm”-verschil maakt. Vandaar de afgesproken veilige opwarmingslimiet van 1,5°C in het Akkoord van Parijs.

    In een normale wetenschap, zoals fysica of chemie, wordt dan wijselijk besloten dat de theoretische modellen misschien wel nuttig kunnen zijn voor louter academisch onderzoek, maar door de grote onderlinge verschillen zeker niet gebruikt kunnen worden om klimaatbeleid op te baseren, dat miljarden euro’s kost.

     

    Mijlpaal

    Het goede nieuws is dat er nu, eindelijk, binnen de IPCC-klimaatwetenschapsgemeenschap belangrijke kritische stemmen klinken die expliciet erkennen dat vele CIMP6-modellen ’te heet’ zijn. De datum van 4 mei 2022 is hierbij een mijlpaal. Op die dag verscheen er in het top-vaktijdschrift NATURE een commentaar van vijf aan het IPCC gerelateerde klimaatwetenschappers, waaronder Gavin Schmidt, directeur van NASA, met een oproep aan de hele klimaatgemeenschap om te stoppen met het gebruik van extremistische ’te hete’ modellen. De titel van het artikel in Nature laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ’Climate simulations: recognize the “hot model” problem’.

     

    Alarmistisch

    Deze boodschap komt van gerenommeerde wetenschappers, verbonden aan de klimaatafdelingen van de Universiteit van Columbia, het Lawrence Livermore National Laboratory in Californië en Texas University. In hun commentaar zeggen de vijf IPCC-klimaatwetenschappers expliciet dat een belangrijke subset van de CIMP6-modellen niet-realistische en te hete toekomstvoorspellingen als uitkomst geeft. Ook als je een gemiddelde berekent van de uitkomsten van alle modellen, dan is het effect van deze ’te hete’ subset aanwezig. Hun advies aan al hun collega’s is dan ook te stoppen met het blindelings gebruiken van deze subset van alarmistische IPCC-modellen. Zelfs het gebruik van een ‘gemiddelde’ wordt afgeraden vanwege nog steeds ‘too hot’.

    Ze verwijzen ook expliciet naar de vele studies, reeds verschenen in peer reviewed vaktijdschriften op basis van deze te hete subset, die een toekomst voorspellen die te heet is en niet-realistisch. Ze vragen aan hun collega’s om te stoppen met deze eenzijdige benadering.

    Paul Voosen maakte een goede samenvatting van het Nature-commentaar in een artikel voor hjet tijdschrift Science. Hij spreekt van een griezelig (creepy) probleem in de klimatologie, waarbij naïeve klimaatwetenschappers, bewust of onbewust, gebruik maken van ’te hete’ modellen die onrealistische projecties produceren.

     

    Correctie

    Na de publicatie in Nature was er op dezelfde dag al snel een reactie op Twitter van klimaatwetenschapper prof. Knutti, (hoogleraar klimaatfysica ETH Zurich en IPCC-expert klimaatmodellen) die ook duidelijk zegt dat hij volledig akkoord is met het Nature-commentaar. Hij geeft zelfs extra adviezen over hoe het dan beter te doen.

    Langzaam maar zeker komt er dus een broodnodige correctie op het klimaatalarmisme vanuit de klimaatwetenschap zelf. Daarmee komen we tot de kern van de zaak: eenzijdige alarmistische klimaatberichtgeving.

    Klimaat-alarmvoorspellingen en doemscenario’s, die we geregeld op ons bord krijgen via de reguliere media, zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de eenzijdig geselecteerde uitkomsten van theoretische computermodellen op basis van die subset van ’te hete’ modellen. Helaas is er geen enkele kritische journalist die dat aspect vermeldt.

     

    Paniek verkoopt goed

    Om het nog erger te maken is er tussen vele klimaatwetenschappers en de media een soort automatisme ontstaan om alleen de uitkomsten van de meest extreme modellen met apocalyptische voorspellingen onder de aandacht te brengen van het publiek. Dagelijks, wekelijks, maandelijks is er wel een studie over alarmerende droogtes, hittegolven, overstromingen, smeltende ijskappen en gletsjers enzovoort. Nooit wordt erop gewezen dat die gebaseerd zijn op theoretische berekeningen uit de meest extremistische modellen. Paniek verkoopt nu eenmaal goed. Zowel voor de carrière van de wetenschappers en de klimaatsubsidies als voor de verkoopcijfers van de media.

    Ik kan alleen maar hopen dat deze boodschap uit NATURE en SCIENCE wordt overgenomen door de reguliere media en dat vanaf vandaag de ‘naïeve’ klimaatwetenschappers gaan stoppen met eenzijdige, sterk overdreven doemscenario’s.




    0 reacties :

    Een reactie posten