Aan Wim van de Camp Briefje van Jan

Datum:
  • zondag 1 november 2020
  • in
  • Categorie: ,
  •  Aan Wim van de Camp


    Wim,

    Ouwe wachtgeldtrekker!

    Sorry dat ik nu pas reageer.

    Ik was even afgeleid door die Franse vrouw die donderdag in de Notre-Dame de l’Assomption haar hoofd verloor. Niet aan God, maar aan een volgeling van Allah. Ze stond bij het wijwatervat toen haar keel werd doorgesneden.

    Het gebeurde nog geen 24 uur nadat jij als eerste Nederlandse politicus die niet behoort tot vooruitgeschoven posten van het islamitische veroveringsleger als Denk en Nida je bijl aan de wortels van de Nederlandse Grondwet zette.

    Dat deed je zo:

    Het bewust beledigen van andermans religie valt dus niet onder de vrijheid van meningsuiting, vind jij.

    Tussen neus en lippen door erken je met ‘verwerpelijke religie’ gelukkig wel dat al die islamitische aanslagen niet voortkomen uit achterstelling bij het verdelen van de stageplaatsen. Of uit geestelijke malheur in een enkel jongemannenhoofd die wordt gebrambakkerd onder het containerbegrip ‘verward’.

    Dus dat scheelt.

    Laten wij het eens hebben over het beledigen van andermans religie en de vrijheid van meningsuiting.

    Mijn moeder was christelijk.

    Zij heeft mijn zusje en mij tijdens de opvoeding duidelijk gemaakt dat vloeken haar kwetste. Gevloek was, in haar ogen, een belediging van haar religie. Ze vroeg, als ik het toch deed, of ik het niet meer wilde doen. En later, toen ze allang oma was, vroeg ze, als ik het toch deed, of dat nou nodig was.

    Daardoor ben ik het minder gaan doen.

    Vrijwillig.

    Ik vond dat ik het mócht doen, en dat vind ik nog, maar ik hield rekening met haar gevoelens. En nu ze alweer ruim drie jaar dood is, houd ik er nog rekening mee. Want telkens als ik in een stukkie ‘godverdomme’ schrijf, overweeg ik het weg te halen. Voor mijn moeder.

    En soms laat ik het bewust staan, omdat het functioneel is – bijvoorbeeld als ik wil bewijzen dat ik daarna niet hoef te vrezen voor mijn leven.

    Stel nou dat mijn moeder vroeger na een vloek van mij, of na “God was een pedofiel”, naar de keuken was gelopen, een hakmes uit de keukenla had gepakt, de straat op was gegaan en in de salafistische moskee (die er in die goeie ouwe tijd natuurlijk helemaal niet was) een vrouw had onthoofd omdat iemand haar religie had beledigd. Of dat ze een bomgordel onder haar keurige Bijenkorf-pakje had aangetrokken en tussen Capelsebrug en station Blaak een Metro-stel had opgeblazen onder het uitroepen van “Jezus is de grootste”.

    En dat mijn opa en oma dan tegen de media hadden gezegd: “Het was altijd zo’n lieve meid”.

    Dat kun je je toch niet indenken, Wim?

    Aanhangers van Allah doen dat wel.

    Niet alleen vroeger, ook vandaag de dag nog.

    Ze zijn in staat een wereldoorlog te beginnen, met allemaal eenmanslegertjes met hakmessen, om te zorgen dat hun God niet meer beledigd wordt.

    En dan zijn mensen zoals jij, die tientallen jaren hun zakken vulden als vólksvertegenwoordiger, bereid om onze Grondwet, onze heilige Grondwet, aan te laten passen om dat te voorkomen. Buigen met het gezicht richting Mekka.

    Het is met moslims die de scheiding van kerk en staat niet respecteren net als met de activisten van Black Lives Matter, Wim. Ze vragen niks, ze eisen. Ze willen niet in gesprek, ze willen hun eisenpakket gerealiseerd zien. Desnoods met intimidatie en geweld.

    Het zijn Rupsjes Nooitgenoeg.

    Daarom moet je ze geen millimeter ruimte geven.

    Geef je ze een andere dan je middelvinger, dan ben je je hand kwijt.

    Of je hoofd natuurlijk…

    Groet,

    JanD



    0 reacties :

    Een reactie posten