Hoe democratie ondergeschikt wordt aan allerlei ‘goede’ zaken

Datum:
  • zaterdag 15 augustus 2020
  • in
  • Categorie: , ,
  • In de democratische rechtsstaat zou de macht gebonden moeten zijn aan de wet, maar in de praktijk zijn het de machthebbers die bepalen wat de wet al dan niet vereist. Bovendien zou iedereen gelijk moeten zijn voor de wet, maar de machthebbers belijden dat beginsel alleen met de mond. Moreel verval ligt ten grondslag aan alle fenomenen die de neergang van de democratische rechtsstaat bewerkstelligen.

    ‘De goede zaak’

    Onder het mom van strijden voor ‘de goede zaak’ komen coalities van politici, activisten en opportunisten samen om het democratische systeem te ontkrachten. De goede zaak is soms het afwenden van de ‘dreigende klimaatramp’, dan weer ‘sociale rechtvaardigheid’, Europese ‘solidariteit,’ de aanpak van de ‘stikstofcrisis’, of de strijd tegen ‘institutioneel racisme’.  Gemeenschappelijk aan al deze ‘goede zaken’ is de vage slogan die machthebbers toelaat om deze naar eigen goeddunken ad hoc in te vullen. De term ‘nobel cause corruption’ is een bondige omschrijving van deze houding.
    De machthebbers en hun symbioten hebben een ruime keuze uit de middelen om de ‘goede zaak’ te dienen; naast wet- en regelgeving staan hen ander overheidsbeleid, de ‘power of the purse’ en propaganda ter beschikking. Met hun strijd voor de goede zaak dienen ze vaak ook meteen hun eigen belangen en die van de actie- en belangengroepen die ze te vriend willen houden en graag paaien met subsidies. Helaas is de democratische rechtsstaat veelal het slachtoffer van hun missies.

    Bescherming van de burger tegen de macht

    In ontwerp is de democratische rechtsstaat bestemd om de burger te beschermen tegen willekeurige, onrechtmatige machtsuitoefening. In theorie hebben machthebbers zich aan de wet te houden en moeten zij de wet en de rechten van de burger respecteren, procedures volgen, en hun besluiten zorgvuldig voorbereiden en motiveren.  Bovendien zijn er bewakers, die de naleving van deze beginselen zouden moeten afdwingen, maar niet de democratie de wet zouden moeten voorschrijven.
    Hoe is het desondanks mogelijk dat de politie, die neutraal moet zijn, aanwerft op basis van identiteit, deelneemt aan religieuze bijeenkomsten, selectief persberichten uitstuurt, en subjectieve keuzen maakt bij de opsporing van strafbare feiten?
    Hoe kan het dat het Openbaar Ministerie wel strafvervolging instelt tegen de een (bijv. Wilders, de blokkeerfriezen), maar niet tegen de ander (Samsom, de meeste BLM vandalen), zonder enige objectieve grond in het recht?
    Hoe is het mogelijk dat de rechter zonder dat de wet hem daartoe verplicht bepaalde actiegroepen genoegdoening geeft (bijvoorbeeld milieu– en klimaatactiegroepen), maar gewone burgers meestal in de kou laat staan (bijvoorbeeld in de meeste huis-, tuin- en keukenzaken)? 
    Hoe is het mogelijk dat de wetenschap zich ten doel heeft gesteld om het overheidsbeleid te steunen (bijvoorbeeld klimaatwetenschap), dat publieke media gedomineerd worden door ideologie en dat het onderwijs regelmatig propaganda inhoudt?
    En hoe kan de overheid zich bij de bestrijding van de Corona-epidemie veelal onttrekken aan de waarborgen die het syteem voor de burger biedt?

    De achilleshiel van de democratische rechtsstaat

    Over de Amerikaanse grondwet zei John Adams ooit ‘our Constitution was made only for a moral and religious people. It is wholly inadequate to the government of any other.’ Daarmee wilde hij zeggen dat de goede functie van de democratische rechtstaat afhangt van de moraliteit van de machthebbers en van degenen die hen moeten controleren. De rechtsstaat zelf heeft daarover geen controle. Als de machthebbers en de bewakers immoreel zijn, heeft de burger niets aan de rechtsstaat.
    Dat geldt in Nederland net zo goed. De wortel van het duidelijk waarneembare verval van de rechtsstaat is de morele corruptie. Door zichzelf te committeren aan ‘de goede zaak’ wijzigen machthebbers hun missie en takenpakket. Andere doeleinden worden ondergeschikt gemaakt aan de goede zaak.
    Alle waarden en regels die in de weg staan aan het nastreven van ‘de goede zaak’ worden gedevalueerd. Er komt een eenzijdige, absolutistische moraal tot stand die zo vaag is en zo hypocriet wordt toegepast, dat uiteindelijk alleen nog de subjectieve gevoelens van de machthebbers tellen. De gewone burgers die niet de begunstigden zijn van ‘social justice’, duurzaamheid en identiteitspolitiek, zien dit met lede ogen aan.
    Afschafcultuur
    De discussie over de ‘cancel culture’, de afschafcultuur, illustreert mooi hoe dit werkt. Door de werkgever, de klanten of de sponsors van iemand met een onwelgevallige mening in de discussie te betrekken, wordt niet alleen de mening van die persoon bestreden, maar ook geprobeerd hem ‘monddood’ te maken door te dreigen met broodroof of ‘deplatforming’.
    De reacties op de uitlatingen van Johan Derksen in het programma ‘Veronica Inside zijn een goed voorbeeld –- de omroep die het programma uitzond, de programmamaker en de sponsoren waren het doelwit van de tegenstanders. Dat een dergelijke manier van doen de vrijheid van meningsuiting ernstig beperkt behoeft geen betoog.
    Het bestaan van de afschafcultuur wordt echter  betwist. Volgens de advocaat Sydney Smeets is er geen afschafcultuur, want ‘niemand heeft een recht op een platform’. Dat zo’n recht niet bestaat, is juist, hoewel er zaken zijn geweest waarin de rechter wel degelijk een recht op een platform verleent.
    Maar Smeets’ conclusie dat de afschafcultuur dus niet bestaat, mist het belang van moraliteit – vrijheid van meningsuiting is immers geen garantie voor enige meningsuiting en al helemaal niet voor pluriformiteit van meningen. Anders gezegd, dat er geen recht op een platform is, wil niet zeggen dat pogingen om sprekers platforms te ontnemen geen afschrikkend effect zullen hebben op vrije meningsuiting. Vrijheid van meningsuiting verzet zich tegen de tendens tot censuur, deplatforming, shaming en cancellen.

    Twee maten

    Naaste dit recente fenomeen zijn er tal van andere ontwikkelingen die de democratie en de rechtsstaat ondermijnen. Onze democratische rechtsstaat is immers gebaseerd op beginselen die haaks staan op de ontwikkelingen.
    Gelijkheid voor de wet laat niet toe om mensen voor te trekken of achter te stellen bij beslissingen over jobs, opsporing, vervolging, rechtsvorderingen, etc. Vrijheid van wetenschappelijk onderzoek verdraagt zich niet met een keurslijf dat door financiering wordt gedicteerd. Onderwijs zou geen indoctrinatie mogen zijn.
    De vrije pers en de publieke media zijn bedoeld als een tegenwicht tegen de macht van de overheid; als de media zich echter voornamelijk inspannen om de oppositie tegen de heersende macht lam te leggen, dan ontbreekt dit belangrijke tegenwicht. Ook feiten zijn ondergeschikt aan de goede zaak; voorzover ze niet dienstig zijn daaraan, moeten ze op de een of andere manier wijken. De strijd tegen ‘desinformatie’ en ‘nepnieuws’ kadert ook in deze controle over de informatievoorziening.

    Het gevaar van discretionaire bevoegdheden

    Door de grote mate van discretionaire beslissingsbevoegdheid die veel machthebbers hebben, is het moeilijk om hen ter verantwoording te roepen. Dat geldt nog meer indien ze de juiste woorden weten te kiezen om hun arbitraire beslissingen te rechtvaardigen, of zich achter elkaar verschuilen.
    De trias politica functioneert slecht en de bewakers van het systeem worden zelf niet bewaakt. De ultieme arbiter, de rechter, is niet langer de oplossing, maar inmiddels zelf deel van het probleem; rechters zien er zelfs geen probleem in om in toga te demonstreren.
    Maar tegelijkertijd groeit het gevoel bij de burger dat er met twee maten gemeten wordt. De hypocrisie waarmee macht wordt uitgeoefend, is duidelijk zichtbaar geworden onder een dun laagje vernis. De daaruit voortvloeiende inbreuk op het rechtvaardigheidsgevoel van de burger vormt een bron van veel onvrede.
    Het nastreven van ‘de goede zaak’ leidt tot contradicties en paradoxen. Duurzaam blijkt onduurzaam; denk aan biomassa verbranding. Inclusiviteit leidt tot exclusie; denk aan het weren van andersdenkenden. Diversiteit leidt tot uniformiteit; denk aan de overwegend linkse wetenschappers aan de Nederlandse universiteiten. Solidariteit leidt tot verdeeldheid; denk aan de financiering van het EU beleid.
    Deze contradicties worden door machthebbers genegeerd of gebagatelliseerd. En ze komen ermee weg, want ook de bewakers van de macht strijden mee voor ‘de goede zaak’. 

    De maakbare, utopische samenleving

    Achter deze nieuwe moraliteit gaan ideeën schuil over de democratie, de rechtsstaat en de mens. De mens is feilbaar, maar verbeterbaar; die verbetering kan bewerkstelligd worden door een verlichte elite.
    De democratische rechtsstaat is in deze visie geen doel op zich; dat houdt in dat de democratie en de rechtsstaat middelen zijn om achterliggende doelen te bereiken. Ze zijn middelen om de mens te perfectioneren, de maatschappij vorm te geven naar een bepaald idee en de publieke opinie mee te krijgen voor vooruitgang.
    Deze ‘social engineering’ benadering is gericht op het oplossen van problemen die aan de realisatie van de progressieve visie aan de weg staan. Daarbij spelen communicatie, dialoog en propaganda een belangrijke rol; ‘normaliseren’ en ‘denormaliseren’ zijn noodzakelijk om de maatschappelijke consensus te sturen.
    Duurzaamheid bijvoorbeeld eist vergaande toewijding van de burgers en strikte centrale planning voor de lange termijn die niet gehinderd mag worden door verstorende verkiezingen en het korte termijn-denken van ‘populistische’ politici.
    ’De goede zaak’ is echter een schaamlap, die de doelen van machthebbers en belanghebbenden uit het zicht moet houden. Commerciële en financiële belangen als ook ideologische en politieke belangen, veelal op de korte termijn, domineren ‘de goede zaak’. De oplossing van de ‘klimaatcrisis’ dient de belangen van windmolen-, zonnecel- en biomassafabrikanten en die van de klimaatwetenschappers en andere klimaatdienstverleners. Identiteitspolitiek is er voor de aanhangers van de progressieve beweging en de begunstigden van allerlei daardoor vereiste subsidie- en overheidsprogramma’s.

    Valse moraliteit

    Het schijnbare streven naar ‘de goede zaak’ is de uiting van een valse pseudo-moraliteit gedomineerd door hypocrisiesentimentalismeutilitarisme, tribalisme en eigen belang. Niet het respecteren van de democratische rechtsstaat, maar het bereiken van ‘de goede zaak’ is het doel.
    De middelen die de democratische rechtsstaat biedt, worden daartoe ingezet. Dat gaat zelfs zo ver dat het idee van een ‘politieke partij voor kleurlingen’ geen taboe meer is. Daarbij delven de democratie, de rechtsstaat en het idee van de vrije samenleving waarin gelijkheid voor de wet heerst, het onderspit. Maar dat is slechts onvermijdelijke ‘collateral damage’ in de strijd voor ‘de goede zaak’.
    Waarden als rechtvaardigheid, vrijheid en integriteit moeten het afleggen tegen de belangen van ‘duurzaamheid’ of ‘sociale rechtvaardigheid’ wanneer dat beter uitkomt. Tegelijkertijd worden degenen die daarover klagen, neergezet als ‘extremisten’ of ‘populisten’, zodat debat vermeden kan worden. Dit is op zichzelf niets nieuws, maar doordat de nieuwe moraliteit wijdverbreid is, zijn alle instituten en systemen blootgesteld aan de corrosieve werking ervan. Tegen deze morele verloedering staat de democratische rechtsstaat weerloos.
    Cultuuromslag
    Onze democratische rechtsstaat is derhalve op gespannen voet komen te staan met de infiltratie van de instituten door de pseudo-moraliteit van ‘de goede zaak’. De toewijding van machthebbers aan de hoogdravende, vage, zelfbedienende doeleinden van de progressieve beweging schenden de grondwaarden, de neutraliteit en de objectiviteit die de democratische rechtsstaat vereist.  Die rechtsstaat is weerloos tegen hun morele corruptie; een moreel beroep op de machthebbers en hun medestanders zal falen, want hun moraliteit dient ‘de goede zaak’.
    De neergang van de democratische rechtsstaat bedreigt niet alleen de gelijkheid, maar ook de vrijheid, die niet een gemeenschappelijke doel onderschrijft, maar ieder toelaat zijn eigen doel na te streven. Vrijheid is niet louter een zaak van een juridisch systeem; het is vooraleerst een zaak van individuele drang. 
    Zoals de beroemde Amerikaanse rechter Learned Hand in zijn ‘Spirit of Liberty speech in 1944 zei, ‘liberty lies in the hearts of men and women; when it dies there, no constitution, no law, no court can save it.’ De huidige machthebbers doen van alles om de geest van individuele vrijheid te onderdrukken. Om die tendens te stoppen zullen meer burgers moeten opstaan die de heersende cultuur verwerpen.  
    Een cultuuromslag is noodzakelijk. Het nastreven van ‘goede zaken’ moet weer ondergeschikt worden gemaakt aan de fundamentele waarden en de tegenwichten van de democratische rechtsstaat. Onze instituten, van de politiek en de rechterlijke macht tot en met de wetenschap, onderwijs en de publieke media, zouden de nieuwe ‘missies’ die zij zichzelf hebben gegeven, weer moeten inruilen voor hun originele taken.
    Een nieuwe cultuur zal de oude, betrouwbare waarden van de vrije democratische samenleving in ere kunnen herstellen. Eerst dan kan de democratische rechtsstaat tot nieuwe bloei komen. Het is dus nog even wachten op de uitslag van de naderende verkiezingen, waarin het belang van cultuur het leidende thema zal zijn.







    0 reacties :

    Een reactie posten