De teloorgang van ons pensioenstelsel (1)

Datum:
  • woensdag 20 november 2019
  • in
  • Categorie: ,
  • Politieke nalatigheid en bestuurlijke incompetentie 



    17 november 2019 - Kees de Lange

    De teloorgang van ons pensioenstelsel (1)

    Politieke nalatigheid en bestuurlijke incompetentie

    In een drietal longreads gaat prof. dr. Kees de Lange in op de teloorgang van ons pensioenstelsel en stelt hij houdbare oplossingen voor de toekomst voor. In dit deel 1 komt aan de orde hoe de wereld veranderde, maar de politiek en de pensioenwereld achter de feiten aanlopen. Het thema van deel 2 is de invloed van de boze buitenwereld (publicatie zondag 24 november). Deel 3 sluit af met de rekenrente, de zieltogende euro, het ECB-‘beleid’ en oplossingen (publicatie zondag 1 december).

    Leven met onzekerheden

    In een tijd waarin de wereld in hoog tempo verandert en oude machtsverhoudingen verdwijnen, heeft de gewone burger een sterke behoefte aan zekerheden. Het is dan ook niet toevallig dat in de huidige onzekere tijden juist die problemen die een looptijd in de orde van een mensenleven of langer hebben, hoog op de agenda staan. De klassieke respons van het mensdom in tijden van wanorde en instabiliteit is de vlucht in religie.
    Moderne varianten van in feite hetzelfde mechanisme zijn de enorme populariteit van klimaat- en pensioensprookjes. Daar waar rationele modellen ontbreken om betrouwbare lange termijnvoorspellingen te doen, voorzien dergelijke sprookjes in de diep gevoelde behoefte aan zekerheid of de illusie daarvan. Rationeler is echter die onzekerheden gewoon onder ogen te zien en die te accepteren als normaal onderdeel van het leven. Een verstandige levenshouding van adaptatie aan verandering bespaart ons veel geld en kopzorg.

    Pijlers pensioenstelsel

    In Nederland kennen we een pensioenstelsel bestaande uit een drietal zogenaamde ‘pijlers’:
    1. De AOW als volksverzekering. Dit is een sociaal vangnet voor ouderen, betaald door werkenden en de belastingbetaler. Omdat een groot deel van de mensen die bijdragen aan de bekostiging van te voren weten dat zij zelf aanzienlijk meer zullen betalen dan ontvangen, is er sprake van solidariteit. We willen geen samenleving waar ouderen in de goot belanden en dat mag wat kosten. Zoals elk omslagstelsel is de AOW zeer gevoelig voor vergrijzing. Met te weinig werkenden en te veel uitkeringstrekkers loopt het systeem op de klippen.
    2. De aanvullende pensioenen. Dit betreft in principe een spaarsysteem waarbij iedereen voor zichzelf spaart. Totaal pensioenvermogen ~ 1500 miljard euro, twee keer Nederlands Bruto Nationaal Product (BNP) in ~ 240 fondsen. Ongeveer 80% van werknemers en gepensioneerden is verplicht aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds (bpf) dat zowel het regelen van een collectieve levensverzekering als het collectief beleggen van het gespaarde geld van de verplichte deelnemers voor zijn rekening neemt. Ten onrechte wordt hier dikwijls van solidariteit gesproken, terwijl het in feite om risicodeling als vorm van welbegrepen eigenbelang gaat. Wie een levensverzekering sluit, doet dat niet uit solidariteit met zijn medeburgers. Zolang binnen een fonds er geen overdracht van geld van de ene groep naar de andere is, is dit systeem ongevoelig voor vergrijzing. Helaas is de werkelijkheid een andere.
    3. Individueel sparen. Deze activiteit wordt door de overheid momenteel buitengewoon ontmoedigd, gezien de fiscale behandeling die de spaarder belast met een fictief rendement dat geen relatie tot de zorgwekkende werkelijkheid heeft.

    Kerngegevens pensioenfondsen

    In het vervolg zal ik me beperken tot de situatie bij de bedrijfstakpensioenfondsen, om twee redenen. Allereerst is daar de grote meerderheid van de deelnemers verplicht bij aangesloten. Ten tweede zijn bij deze fondsen de problemen verreweg het grootst.
    • Er zijn in Nederland momenteel ongeveer 8,9 miljoen werkenden waaronder 1 miljoen zzp’ers, 3 miljoen gepensioneerden, en 305 000 werklozen.
    • ​Grootste pensioenfonds is het ABP met 1,1 miljoen actieven, 952 000 slapers, en met 880 000 gepensioneerden, met verplichte deelname.
    • Ongeveer 50% van het pensioenvermogen in ons land is opgebracht door huidige gepensioneerden.
    • Bedrijfstakpensioenfondsen worden paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden (Stichting van de Arbeid).
    • ​Vier van de vijf grote bpf’s (ABP, Zorg en Welzijn, PME, PMT) presteren matig tot slecht.
    • Gemiddeld heeft een gepensioneerd echtpaar een aanvullend maandpensioen van € 800-900, naast een AOW van € 1600.
    • De overheid heeft geen formele zeggenschap, maar wel een enorme invloed op ons pensioenstelsel via de fiscale spelregels, wetgeving over ‘governance’, en politieke druk b.v. op het beleggingsbeleid.
    • Een euronaĆÆef beleid van ‘de euro tot elke prijs’ betekent de nekslag voor de koopkracht van onze pensioenen, mede door het desastreuze rentebeleid van de ECB met zelfs negatieve rente.
    • Overheid (als grote aasgier) oefent enorme druk uit op hoe ons pensioenvermogen te investeren.

    Het sprookje van het uitgesteld loon

    Pensioen is uitgesteld loon, maar wat betekent dat voor de rechten van de deelnemer? Een korte samenvatting van de situatie zoals die al decennia lang voortduurt mag niet ontbreken.
    Pensioen is een arbeidsvoorwaarde die overeengekomen wordt in het cao overleg. De veelgehoorde bewering dat de werkgever de werknemer een dienst bewijst door een deel van de premie voor zijn rekening te nemen is onterecht. Bij de cao-onderhandelingen wordt de loonruimte verdeeld. Meer geld richting pensioen betekent b.v. minder direct besteedbaar inkomen.
    De deelnemer is verplicht aangesloten bij een pensioenfonds, bestuurd door werkgevers en vakbonden, en betaalt zijn premie aan het pensioenfonds. Over andere arbeidsvoorwaarden heeft de werknemer de eigen vrije beschikking, opmerkelijk genoeg niet over zijn pensioengeld.

    Geen zeggenschap

    Curieus genoeg berusten de eigendomsrechten van pensioengelden niet bij de deelnemer die levenslang ruim 20% van zijn salaris als premie betaalt, maar bij pensioenfondsbestuur of uitvoerder. Deelnemers hebben geen enkele zeggenschap over de precieze besteding van pensioengelden noch over het beleggingsbeleid. Het enige dat de deelnemer bezit is een trekkingsrecht.

    Medezeggenschap – voor zover aanwezig – heeft uitsluitend adviesrecht
    Over premie, indexatie, kortingen (ultimum remedium?) op nominale pensioenen en verdeling van de risico’s over generaties beslissen de besturen.
    DNB houdt toezicht op de dekkingsgraad, maakt afspraken over herstelplannen, en controleert in algemene zin de randvoorwaarden

    Zeggenschap bij wie alle risico’s loopt?

    Een korte historische terugblik leert ons dat zeggenschap dient te berusten bij hen die alle risico’s lopen. Een paar eeuwen geleden liep vooral de directeur-eigenaar van een onderneming de financiĆ«le risico’s en had dus de volledige zeggenschap. Langzaamaan drong het besef door dat ook personeel en aandeelhouders van een onderneming aanzienlijke risico’s liepen, die een andere verdeling van de zeggenschap rechtvaardigde.
    Dat kreeg zijn beslag in b.v. de Code Tabaksblat over ‘governance’ van 2003 en de Wet op de Ondernemingsgraden (WOR). Met name de WOR geeft de personeelsvertegenwoordiging op belangrijke punten instemmingsrecht. Mits goed gehanteerd kan de WOR het personeel een grote invloed op het reilen en zeilen van de onderneming verschaffen. En bij de bedrijfstakpensioenfondsen? NIETS van dit alles.

    Pensioenpluche

    Bedrijfstakpensioenfondsen worden paritair bestuurd door uitsluitend vakbonden en werkgevers, maar zijn zij representatief en lopen zij risico’s? Om te beginnen met de werkgevers, zij betalen hun contractueel overeengekomen deel van de pensioenpremie, niet meer en niet minder. Zij hebben vrijwillig hun handtekening onder het cao-contract gezet en daarmee is de kous af. Risico lopen zij niet, en het is een raadsel waarom zij Ć¼berhaupt zeggenschap over pensioen hebben.
    De vakbonden verliezen al jaren lang leden, het totale aantal is onlangs gedaald tot beneden 1 miljoen. Op dit moment is zo’n 15 % van alle werkenden en een zeer gering percentage gepensioneerden lid van een vakbond. De leden zijn vooral blanke mannen van boven de 50. Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd en jongeren zien al helemaal niets meer in deze fossiele organisaties. Niettemin is voor de vakbondselite een goedbetaalde zetel op het pensioenpluche zeer aantrekkelijk, en vrijwillig zal men die nooit opgeven. Risico’s loopt men echter niet. Het zijn de verplichte deelnemers in de pensioenfondsen die alle financiĆ«le risico’s lopen, maar niettemin geen enkele zeggenschap of zelfs eigendomsrecht bezitten.

    Overzicht van de verslechteringen

    Het onderstaande overzicht van de verslechteringen die men op pensioengebied decennia lang te slikken heeft gehad is tamelijk ontluisterend. Niettemin is er in de bestuursstructuur van de bedrijfstakpensioenfondsen niets veranderd.
    1. Allereerst moet natuurlijk de greep uit de ABP kas van 32 miljard euro door kabinet Kok-Lubbers genoemd worden. Wat velen niet weten, is dat dit met instemming van de vakbonden die het ABP-bestuur vormden is gebeurd. Als ruil voor het afromen van wat de regering toen ‘overwinst’ noemde, kwam het ABP verder van de overheid af te staan en kreeg het fonds als beloning meer bestuurlijke zelfstandigheid.
    2. Nog maar enige decennia geleden trad het ABP naar buiten met folders waarin gesteld werd dat de deelnemers bij pensionering konden rekenen op 70% van hun laatstverdiende salaris, waarbij zelfs de koopkracht gegarandeerd was. Das war einmal. Sindsdien is 70% van het laatstverdiende loon, alsmede koopkrachtbehoud, een totale illusie gebleken.
    3. De kosten van het arbeidsvoorwaardenbeleid van overheid en grote ondernemingen zijn afgewenteld op de pensioenfondsen via een VUT-constructie. Tot op de huidige dag betalen jongeren bij het ABP een opslag op hun pensioenpremie voor een VUT die zij nooit zullen ontvangen.
    4. Inmiddels zijn alle bedrijfstakpensioenfondsen overgegaan van een eindloonregeling naar een middenloonregeling, hetgeen voor alle deelnemers een geweldige verslechtering betekent. In het verlengde daarvan is stilzwijgend overgegaan van een systeem op basis van Defined Benefit (DB, waarbij bij een bepaalde inleg een bepaald eindbedrag gegarandeerd wordt) naar een systeem van Defined Contribution (DC, waarbij je maar mag hopen dat je uiteindelijk een behoorlijk eindbedrag ontvangt). De risico’s? Die zijn uiteraard allemaal voor de deelnemer.
    5. Het nabestaandenpensioen is gehalveerd.
    6. Sinds 2008 is er niet of nauwelijks indexatie. In 10 jaar tijds is daarmee de koopkracht van een ABP-pensioen met 15% terug gelopen. Dit proces zet zich nog steeds door en in hoger tempo nu de inflatie de laatste jaren weer stijgt.
    7. Reeds eerder hebben sommige fondsen kleine kortingen op de nominale pensioenen doorgevoerd.
    8. Door ABP en Zorg en Welzijn is jarenlang een beleggingsvehikel Alpinvest gebruikt. De kleine kring van bestuurders van deze club werd beloond met typisch 100 miljoen euro voor hun activiteiten, ongeacht het behaalde beleggingsresultaat.
    9. Het beleggingsbeleid van de grote bedrijfstakpensioenfondsen is politiek-ideologisch gestuurd waardoor bepaalde beleggingscategorieĆ«n zijn uitgesloten. Ook bij de pensioenen regeert de groene gekte. Dat betekent wiskundig automatisch suboptimale resultaten. Het beleggingsbeleid is voor alle leeftijdscategorieĆ«n identiek en houdt geen rekening met het feit dat verstandig beleggen qua risicoprofiel voor jongeren niet hetzelfde is als voor ouderen. Resultaat is een beleid dat voor geen enkele groep optimaal is.
    10. Het niet afdekken van de renterisico’s is een belangrijke oorzaak van de huidige malaise. Door de overheid worden pensioenfondsen gedwongen om te beleggen in staatsobligaties van zieltogende Zuid-Europese landen.
    11. In het recente ‘pensioenakkoord’ dat werd gesloten zonder enige inbreng door de verplichte deelnemers, maar wel in nauw overleg met de vakbonden, werd een tegemoetkoming voor ‘zware beroepen’ overeengekomen. Wie dit gaan betalen is vooralsnog een volstrekt raadsel, maar de politieke druk om dit bij de pensioenfondsen te deponeren zal groot zijn.
    12. Nu na een lange periode van aanzeggingen door DNB vier grote bedrijfstakpensioenfondsen er jarenlang niet in zijn geslaagd hun zaken op orde te krijgen, dreigen nu uiteindelijk harde aanzienlijke kortingen op de nominale pensioenen.


    OpinieZ

    0 reacties :

    Een reactie posten