Nieuws Dossiers Wie is JAS? Archief Forum Kontact
 
 
 

Louche handel in exotische dieren

  ARTIKEL TOOLS

  
  

 zondag 9 juli 2006

Den Haag  -  Er wordt niet meer echt gezocht, niet meer in beslag genomen, alles is te koop.

Nederland distributieland.
Voor veel waarnemers gaat dat ook op voor de illegale handel in beschermde diersoorten. Een jaar voordat Nederland de prestigieuze conferentie huisvest van Cites, de mondiale organisatie die de handel in bedreigde dieren reguleert, is het hier angstaanjagend stil. „Er wordt niet meer echt gezocht, niet meer in beslaggenomen. Alles is te koop."

Trots en majestueus. Vanuit de hoogte versturen donkerbrui­ne ogen boven een enorme ge­le snavel priemende blikken. Ze worden opgevangen door even prie­mende blikken van een geavanceer­de politiecamera.

In totaal zes Steller Zeearenden, een uiterst zeldzame soort die alleen voorkomt in Kamchatka, het uiterst oostelijke puntje van Rusland, zit­ten hier in de kooien van het Vogel-revalidatiecentrum van Charles Bro­sens in Zundert. Ze werden begin dit jaar door de Algemene Inspectie­dienst (AID) in beslag genomen bij een grote roofvogelfokkerij in Ber­kel en Rodenrijs.

De Stellers zouden worden doorver­kocht aan een handelaar in Duits­land, terwijl ze alleen naar een die­rentuin mochten. De stukprijs van 25.000 euro rechtvaardigt enige ex­tra bewaking. Brosens: „Ik had ze nog niet binnen, of ik werd gebeld door eigenaren van pretparken of ik de vogels niet wilde afstaan. Het was nota bene groot geheim dat die dieren hier waren."

Het zegt volgens Brosens iets over hoe het in Nederland gesteld is met beschermde dieren. „Iedereen lijkt alles te kunnen doen. Iedereen heeft papieren waaruit blijkt dat de die­ren zijn gefokt, iedereen is bezig met de instandhouding van de soort. Mensen willen God spelen door natuur te kweken, maar het gaat om nog meer geld te verdie­nen."

Brosens ziet met lede ogen aan dat legaal en illegaal steeds meer in el­kaar opgaan en zich ontwikkelen tot één groot grijs gebied. Als voor­zitter van de VOND, de organisatie van (zes) erkende opvangcentra, probeert hij asiels en opvangcentra serieus te houden.

„Nu is het zo dat iedereen een pape­gaaienopvang kan beginnen. Voor je het weet worden daar in het wild gevangen dieren witgewassen tot gefokte dieren en kun je er van alles kopen. Helaas biedt de Nederlandse wet talloze kansen voor kwaadwillenden en ontbreekt controle.”

Mondiale trend
De vervaging tussen legaal en ille­gaal lijkt ook de belangrijkste trend ook in mondiale zin: papieren afge­geven door Cites, de organisatie die de handel in beschermde dieren re­guleert, worden voor meerdere die­ren gebruikt, pootringen en chips overgeplant in een ander dier. Het toverwoord is fok en daarvoor be­staan talloze trucs.

Veel arme exporterende landen ver­schaffen gemakkelijk papieren waaruit blijkt dat de dieren gefokt zijn en niet, zoals in werkelijkheid, in het wild gevangen. Je moet echt verstand van zaken hebben om het onderscheid te maken.

Ook wordt veel gerommeld met het exportquotum dat sommige landen hebben voor een bepaald Cites-dier. Zo kunnen bijvoorbeeld dieren in Congo worden gevangen en via Zuid-Afrika legaal worden uitge­voerd als quotum van Zuid-Afrika naar Nederland.

En in Nederland mag veel. Op apen en katachtigen na mag je alles thuis houden. Een python, een pijlgifkik­ker, een arend, het kan allemaal. Een verplichte registratie voor exo­tische dieren ontbreekt. Aan huis­vesting wordt geen enkele eis ge­steld; juiste papieren zijn meestal bijzaak.

Naar schatting een kleine miljoen vogels, reptielen, amfibieën en schildpadden komt jaarlijks Neder­land legaal binnen. Internet en de bijna wekelijkse beurzen fungeren als glij middel en creëren vraag ook naar dat ene bijzondere diertje, dat langs illegale weg de klant moet be­reiken. Die komt dan aan in een lu­cifersdoosje, een wc-rol, een uitge­hold boek of gewoon een postpak­ket. Voor elk dier dat levend aan­komt, sterven er minstens drie.

De politiek wil aan de vraagkant weinig doen. Minister Veerman van LNV heeft niet willen kiezen voor een lijst waarop de dieren staan die je mag houden. „Hij is de kampioen van het dereguleren, laat aan de sec­tor over wat ethisch verantwoord is. Dan gebeurt er dus niets", zegt Da­vid van Gennep van Stichting AAP, het oudste opvangadres van Neder­land.

Krakers
Van Gennep zat in de adviescom­missie over die lijst en is daar boos uitgestapt. „De minister wil een korte lijst van dieren die niet ge­houden mogen worden. Je komt dan weer uit bij enkele krakers zoals de Afrikaanse olifant, neushoorn en Siberische tijger."

Ook voor Van Gennep is de vermen­ging van de legale handel met de il­legale het grootste probleem. „De aantoonbaar illegale handel is vrij sporadisch. De echte problemen lig­gen in het legale circuit, ook wat be­treft dierenwelzijn."

Onlangs maakte hij daar zelf een sterk staaltje van mee. Stichting AAP was door de AID gevraagd te assisteren bij een inval bij een grote - legale - handelaar. „Wat ik daar zag was te gruwelijk voor woorden: een enorme loods volgestouwd met tienduizenden vogels, waaronder de meeste zeldzame soorten."

„Niet dat de eigenaar zich daar erg voorzichtig mee toonde. De diep­vrieskisten puilden, letterlijk, uit met lijken van zadelbekooievaars, reigers en duizenden kleinere vo­gels. Er was geen zorg en nauwe­lijks water. Ook de AID-inspecteurs hadden de tranen in de ogen, maar zeiden ook vaak op dit soort toe­standen te stuiten."

Even pikant als schrijnend was dat maar een beperkt aantal dieren in beslag werden genomen, waaronder de vier zoogdieren, bestemd voor AAP. Van Gennep: „De deur ging weer op slot. De duizenden vogels, die er veel en veel slechter aan toe waren en al in ons bijzijn de geest gaven, mochten verder creperen. Ze zijn niet gecontroleerd." Volgens Van Gennep heeft het te maken met prioriteiten en geld. Be­trokkenen zeggen openlijk dat het parket duidelijke grenzen stelt aan de aantallen.

Quota
De AID ontkent verontwaardigd het bestaan van quota. „Het welzijn van alle dieren staat voorop. Wat voor buitenstaanders erg lijkt, kan best iets zijn waarvoor geen juridische grond bestaat. Er is met dierenart­sen overlegd en op basis daarvan een besluit genomen", aldus een woordvoerder. Hij erkent wel dat inbeslagname en plaatsing in de tij­delijke opvang een logistiek probleem kan zijn.

Het gebeurde past in het beeld dat Wil Luijf, een voormalig medewer­ker van de AID die begin jaren ’90 zeer succesvol was met inbeslagna­mes, schetst van de huidige situatie. Luijf doet nu onderzoek met zijn ei­gen organisatie Fast Forward. Hij geldt in Nederland als de enige overgebleven specialist op het ge­bied van illegale dierhandel.

„Er gebeurt nauwelijks iets. Men wil geen gezeur, geen geld uitgeven. Er wordt bijna geen recherchewerk verricht, terwijl met een paar rake klappen het circuit zou kunnen worden opgeschoond. Nu heet het dat alleen actie wordt ondernomen als er een daderspoor is, maar dan moet je wel zoeken!"

Veterinair onderzoek
Elies Arps, specialist op het gebied van de illegale handel van het We­reldnatuurfonds: „De negen Cites­specialisten van de AID zijn overge­plaatst. Uit het jaarverslag blijkt dat de AID 300 uur per jaar aan Cites­handhaving mag doen. Veterinair onderzoek krijgt daarentegen alle aandacht."

Arps stelt juist dat Cites-handha­ving zeer specialistisch is. „Je moet er tijd en mensen voor vrij maken. Wie kan nog soorten onderscheiden, zien dat Cites 1 dieren zijn verstopt in een legale lading Cites 2 dieren? Wie weet nog iets over precieze her­komst, het verschil tussen fok en wildvang?"

Volgens de AID werkt de handha­ving goed en is die niet moeilijk. „Voor vogels kijken we naar de ring, die alleen bij jonge vogels kan zijn omgedaan. Zo’n ring plaatsen bij oudere vogels is onmogelijk. We kij­ken verder naar de documenten en of er een ontheffing op staat. Elke handelaar heeft andere ontheffin­gen. Verder mag je alles wat later is dan de tweede generatie houden of verhandelen. Eigenlijk heel sim­pel," aldus de voorlichter.

Inbeslagnames
Gemeten naar de inbeslagnames, kun je twee conclusies trekken: of er wordt heel weinig gehandhaafd of heel weinig handel gedreven. In 2004 namen doua­ne, AID en politie samen 39 levende uitheemse dieren in beslag; in 2005 waren dat er 50. Geen aantallen die indruk maken. Tonnie van Meegen, oprichter en directeur van de Stichting Nederlandse Opvang Pa­pegaaien (NOP) uit Veldhoven, vindt dat er heel weinig wordt on­derschept, en weet ook waarom. „Dieren zijn nu eenmaal geen men­sen, drugs of wapens, ze hebben ge­woon niet de prioriteit. Jammer, want als je goed zoekt, vind je vrese­lijk veel."
Vervaging tussen legaal en illegaal
„De handel floreert, als ik hier 1000 vogels heb, ben ik die morgen alle­maal kwijt. De prijzen zijn goed, er is veel vraag. Een Japanse nachte­gaal kostte wat jaren terug is gul­den en nu 125 euro. Kolibri’s gaan voor 3000 tot 4500 euro."

EELCO VAN DER LINDEN

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Handelsverdrag

Sinds 1974 bestaat de Convention on Internatio­nal Trade in Endangered Species of Wild Faune and Flora, ofwel Cites. Het verdrag reguleert de handel in beschermde diersoorten en is inmid­dels ondertekend door 169 landen.

De belangrijkste regel is dat er geen dieren en planten meer uit het wild mogen worden ge­haald (wildvang) die met uitsterven worden be­dreigd. Deze zijn opgenomen in Bijlage t, de ro­de lijst. Handel in dieren die in gevangenschap zijn gefokt, is wel toegestaan, als de status kan worden aangetoond.

In Bijlage 2 staan dieren waarin wel handel mag worden gedreven, op voorwaarde dat daarvoor vergunningen en certificaten zijn afgegeven en de handel niet de soort in gevaar brengt. Het uitvoerende land krijgt bijvoorbeeld een uit­voerquota.
In Bijlage 3 staan soorten die alleen in een be­paald land bescherming genieten.


Bron: NHD

  



Copyright © Stichting JAS 1999 - 2005,  DisclaimerPrivacy