Schagen laat medewerkers opleiden tot fraudebestrijder
DOOR RICHARD ZUT
De gemeente Schagen heeft haar vierjaarlijks handhavingsbeleid opnieuw vastgesteld voor toezicht op uitkeringen in het kader van bijstand (WWB en WIJ). Het Moet ervoor zorgen dat zo min mogelijk sprake is van oneigenlijk gebruik en/of fraude door cliënten.
In het voorjaar van 2009 is gestart met de herijking van het bestaande handhavingsbeleid. Een ambtelijke werkgroep heeft onderzoek gedaan naar de vraag of het huidige handhavingsbeleid efficiënter en effectiever kan worden vormgegeven. De conclusies en aanbevelingen van deze werkgroep zijn neergelegd in de beleidsnota ’Wij zullen hand-havent... of niet?, en met dit stuk heeft het college van B en W inmiddels ingestemd.
Om fraude adequaat op te kunnen sporen hebben inmiddels drie medewerkers van de cluster Sociale Zaken van Schagen met succes de cursus ’toe zichthouders’ in Amsterdam gevolgd. Ook de sociale rechercheurs van het samenwerkingsverband sociale recherche Noord-Holland Noord zijn als toezichthouders aangewezen, en kunnen door Schagen worden ingezetwaar dat nodig wordt geacht.
Fraudeherkenners
Daarnaast moeten alle medewerkers van de cluster Sociale Zaken (met name consulenten Werk en Inkomen) nog dit jaar een fraudeherkenning- of ’fraude-al ertheidtraining’ volgen zodat zij op basis van dossieranalyse en gesprekken met cliënten alle mogelijke fraudesignalen kunnen herkennen.
En dat gaat best ver, zo blijkt uit het beleid: „Medewerkers moeten zich bewust zijn van allerlei signalen die kunnen duiden op mogelijk oneigenlijk gebruik/ fraude. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan diverse feiten: cliënt vraagt nooit bijzondere bijstand aan; cliënt neemt buitengewoon weinig geld op voor levensonderhoud; cliënt pint bijna altijd buiten kantooruren; bijzonder laag energieverbruik; of alleenstaande ouder krijgt een kind gedurende de bijstand, hetgeen kan duiden op mogelijke samenwoning."
In het stuk ’Wij zullen handhaven!... of niet?’ staat ook dat de inkomensconsulent de cliënt voortaan eenmaal per jaar een statusformulier zal toesturen. Daarop zijn de gegevens afgedrukt die bij de afdeling bekend zijn, met name de persoons- en gezinsgegevens. Door het ondertekenen van het formulier verklaart de cliënt dat de informatie juist is, zodat het recht op uitkering kan worden vastgesteld. In- dien gegevens niet kloppen, is de klant verplicht om de wijzigingen door te geven middels het wijzigingsformulier.
Ook kan na ontvangst van het , statusformulier een verder onderzoek worden ingesteld. Mochten er onduidelijkheden gebleken zijn uit het statusformulier, dan kan dat voor Schagen reden zijn om de cliënt alsnog uit te nodigen en te verzoeken om bewijsstukken (bijvoorbeeld bankafschriften).
Het niet Inleveren van zo’n statusformulier kan leiden tot het beëindigen van de uitkering.