PVV krijgt antwoorden op vragen over Windpark Westeinde

Datum:
  • woensdag 21 juni 2017
  • in
  • Categorie: ,
  • Haarlem - PVV-Noord-Holland  heeft antwoorden op haar vragen over Windpark Westeinde ontvangen. De vergunning is inmiddels verleend door GS Noord-Holland..

    Datum ingekomen vragen : 2 mei 2017
    Datum GS-besluit: : 20 juni 2017

    Vragen van de heer M.S. Ludriks (PVV) over neem grote zorgen Gasunie eindelijk serieus bij
    Windpark Westeinde


    INLEIDING VRAGEN
    Uit een brief van Gastransport Services van 23 juni 2004 aan Nuon (*), blijkt uit berekeningen
    van GeoDelft dat de indringdiepte van de LW50/750 turbine maar liefst 6,5 meter is. Dat is
    aanzienlijk meer dan de diepte waarop drie van de vier hogedruk gasleidingen liggen (zie
    antwoord bij vraag 6 in de set Statenvragen nr. 25-2017)

    Gastransport Services stelt in genoemde brief:
    “Onze buizen die een dekking hebben tussen de een en twee meter zijn tegen een dergelijke
    impact niet bestand.” en “Gelet op het bovenstaande verzoeken wij u dan ook een grotere
    afstand dan nu is voorzien tussen de windturbines en de leidingen aan te houden, dusdanig dat
    de leidingen buiten de high-impactzones van de windturbines blijven (ashoogte plus eenderde
    van de rotorbladlengte).”


    Daarbij moet worden opgemerkt dat op de betreffende locatie geen LW50/750 turbines in
    gebruik zijn (wat oorspronkelijk wel de bedoeling was), maar de iets grotere Micon 900
    turbines. Het is dan ook niet ondenkbaar dat de indringdiepte nog groter is dan 6,5 meter.
    In het
    Noordhollands Dagblad van 6 augustus 2004 stond het artikel “Bouw windmolens op
    eigen risico”

    .Een medewerker van Gasunie liet onder andere optekenen:

    “Als zijn vrees bewaarheid wordt, zal er sprake zijn van grote materiële en economische schade,
    zegt Stallenberg. Er kunnen zelfs slachtoffers vallen.”
    (bijvoorbeeld onder passanten)
    De Gasunie was echter niet op de hoogte van de bouwaanvraag voor Windpark Westeinde en

    heeft daarom geen bezwaar ingediend. Na overleg met Windpark Westeinde is toen een
    onderzoek ingesteld om de gevolgen in kaart te brengen voor het scenario als
    er onverhoopt een windmolen mocht omvallen.

    Dit leverde echter een conflict op tussen beide organisaties, waarna Westeinde de
    bouwvergunning heeft gebruikt, zoals deze op tafel lag. Met de (terecht) grote zorgen van
    Gasunie lijkt niets meer te zijn gedaan.
    Zorgen die de Gasunie ruim een jaar daarvoor ook al naar voren schoof.

    Zo staat in een brief van Gastransport Services aan het College van de gemeente
    Anna Paulowna op 5 augustus 2003 de volgende passage:


    “Omdat de afstand van de voorgestelde windturbines tot de aanwezige gastransportleidingen in
    strijd is met het gestelde in het handboek Risicozonering Windturbines van juli 2002, maken wij
    bezwaar tegen het verstrekken van een bouwvergunning door de gemeente. Wij betreuren het
    dat wij, zowel door de gemeente als Langelaan Windenergie BV./NUON, niet zijn betrokken bij
    het vooroverleg dat gezien de importantie van het project en de aanwezigheid van diverse hoge
    druk aardgastransportleidingen zeker op zijn plaats was geweest”



    VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

    Vraag 1: Zijn de zorgen van Gasunie m.b.t. de veel grotere indringdiepte van betreffende windturbines in
    vergelijking tot de diepte waar drie van de vier hogedruk gasleidingen liggen, meegenomen in
    het vergunningstraject van de provincie? Zo ja, op welke wijze en zo nee, waarom niet?



    Antwoord 1U verwijst naar brieven van de Gasunie die betrekking hebben op andere windparken op andere
    locaties. Deze specifieke zorgen zijn daarom niet meegenomen in het vergunningentraject van
    de vervanging van Windpark Westeinde.
    Wel is in het vergunningentraject van Windpark Westeinde aandacht geschonken aan de externe
    veiligheid en aan de vraag of wordt voldaan aan de wettelijke eisen. In dit geval voldoen de
    windturbines inderdaad aan de wettelijke eisen. De Gasunie heeft tegen de ontwerp-vergunning
    van Windpark Westeinde dan ook geen zienswijzen ingediend
    .


    Vraag 2:Deelt u de mening dat het ongehoord is dat uiteindelijk niets is gedaan met de terecht grote
    zorgen die Gasunie meerdere keren heeft geuit? Graag een gemotiveerd antwoord.



    Antwoord 2:Nee, die mening delen wij niet. De Gasunie heeft in twee brieven aangegeven wat zij vindt van
    Windpark Westeinde. In de brief van 9 augustus 2014 heeft de Gasunie over Windpark
    Westeinde aangegeven dat er geen sprake is van toegenomen risico en dat er geen strijd is met
    externe veiligheidsbeleid van de overheid. Maar er kan wel sprake zijn van economische schade,
    als er een ongeval met de gasleidingen zou ontstaan. De Gasunie geeft ook aan dat moet
    worden geïnventariseerd of sprake is van mogelijk toegenomen risico’s bij de vervanging van

    windturbines. Onterecht gaat de Gasunie er daarbij vanuit dat bij vervanging sprake zou zijn
    van grotere windturbines. Immers het gaat hier om een vervanging van windturbines met een
    zelfde hoogte.

    Economische schade is voor ons geen wettelijk toetsingskader, maar naar aanleiding van deze
    brief en de zorgen van omwonenden, heeft de exploitant van Windpark Westeinde er voor
    gekozen om de nieuwe windturbines extra te beveiligen, bovenop de standaard
    beveiligingssystemen. De exploitant heeft deze (bovenwettelijke) voorstellen voorgelegd aan de
    Gasunie.

    De Gasunie geeft in haar reactie van 23 mei 2016 aan dat door de extra maatregelen het
    aannemelijk is dat het risico op een beschadiging van de ter plaatse aanwezige
    aardgasleidingen door de nieuwe windturbines minder is dan bij de huidige.
    Verder vraagt de Gasunie dat voor aanvang van de exploitatie van de windturbines, een
    duidelijk afschakelplan wordt gemaakt waarin staat onder welke extreme operationele- en
    weersomstandigheden de windturbines worden afgeschakeld. In de operationele fase
    rapporteert de exploitant desgevraagd over dit afschakelplan aan de belanghebbenden,
    waaronder de Gasunie. De initiatiefnemer heeft hier mee ingestemd.
    De Gasunie concludeert in deze brief dat - op grond van de extra veiligheidsmaatregelen en het
    nog op te stellen afschakelplan - door de vervanging van de huidige windturbines door typen
    van een nieuwe en veiliger generatie, met een betere monitoring en beheersing van de
    bedrijfsomstandigheden, de risico’s voor de aardgasleidingen zullen afnemen en daarmee de
    risico’s van de aardgasleidingen voor de omgeving ook zullen afnemen.



    Vraag 3:Zijn er voor de provincie juridische mogelijkheden om de onlangs gegeven vergunning waarin
    ruimte wordt geboden de huidige windmolens te vervangen, ongeldig te verklaren en op zijn
    minst een nieuw onderzoek af te dwingen?



    Antwoord 3:Nee. Wij zijn voornemens om de vergunning te gaan verlenen, nu PS de gevraagde verklaring
    van geen bedenkingen voor de overdraai hebben afgegeven. Wij zijn van mening dat er geen
    redenen zijn om de vergunning te weigeren. De indieners van de zienswijzen hebben de
    mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State.



    Vraag 4:Uit de brief van de Gasunie van 9 augustus 2004 aan CMS Derks Star Busman (****) blijkt dat
    “passantenrisico” geen wettelijke basis heeft. Is dat inmiddels wel het geval? Zo nee, zou GS
    zich daar dan hard voor willen maken?



    Antwoord 4:Nee, het passantenrisico heeft geen wettelijke status meer en is inmiddels vervangen door het
    plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze nieuwe toetsingscriteria zijn strenger en kijken
    naar het risico dat aanwezige personen in een bepaald gebied lopen. Het passantenrisico houdt
    rekening met de daadwerkelijke aanwezigheid van deze personen, wat vaak een grove schatting

    betreft. Het plaatsgebonden risico neemt aan dat deze persoon altijd aanwezig is, en haalt
    daarmee een onzekerheidsfactor uit de berekening, wat op zijn beurt weer betrouwbaardere
    resultaten geeft.



    Vraag 5:In de beantwoording van Statenvragen nr. 25-2017 stelt u bij vraag 5:“Er zijn door het Ministerie van I&M geen minimale afstanden tussen windturbines en hogedruk
    gasleidingen bepaald. Wel moet aan weerszijden van de buisleiding een zogenaamde
    belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding worden vrijgehouden.
    Een buisleiding bij windturbines moet voldoen aan de norm voor het plaatsgebonden risico zoals
    vastgelegd in de landelijke regelgeving. In de reeds vergunde situatie bij Westeinde voldoen alle
    buisleidingen aan deze landelijke normen voor het plaatsgebonden risico.
    De High impact zone heeft geen wettelijke status en daarom wordt er bij vergunningverlening
    ook niet aan getoetst.”
    Bent u bereid zich hard te maken bij het ministerie van I&M om minimale afstanden tussen
    windturbines en hogedruk gasleidingen en de High impact Zone wettelijk te verankeren? Zo
    nee, waarom niet?



    Antwoord 5:Nee, wij zijn van mening dat voor deze vergunning de huidige regelgeving en het Handboek
    Risicozonering Windturbines voldoende zijn om deze aanvraag te kunnen toetsen. Op basis van
    de huidige inzichten zien wij op dit moment geen reden voor aanpassing van de regelgeving.



    Vraag 6:Aan de vergunning om de windturbines bij Westeinde te kunnen vervangen, is geen einddatum
    verbonden
    . Deelt u de mening dat het risico op ongelukken alleen maar stijgt naarmate de tijd
    verstrijkt, dat toekomstige windmolens waarschijnlijk nog groter zullen zijn en dat daarom bij
    de vergunningverlening altijd een einddatum zou moeten worden opgenomen?
    Zo nee, waarom niet?



    Antwoord 6:Wij delen uw mening niet. De huidige aanvraag omgevingsvergunning voor één op één
    vervanging van windturbines voor windturbines met dezelfde afmetingen is voor onbepaalde
    tijd aangevraagd; er is geen reden om een einddatum in de vergunning op te nemen. Het is aan
    de exploitant om de windturbines zodanig te onderhouden dat er geen gevaarlijke situatie
    ontstaat. Wij hebben daarboven de bevoegdheid op grond van het Bouwbesluit en
    Activiteitenbesluit milieubeheer op te treden, indien een gevaarlijke situatie ontstaat
    (zorgplicht) of als sprake is van overtreding van de wet- en regelgeving.
    Er is nu geen sprake van vervanging door hogere windturbines omdat de Provinciale Ruimtelijke
    Verordening (PRV) die ruimte niet biedt. Nu en in de toekomst zal bij een eventuele nieuwe
    vervanging altijd getoetst worden aan de PRV en uiteraard aan de dan geldende wet- en
    regelgeving.


    Vraag 7:De Gasunie hanteert in Windplan Wieringermeer in goed overleg met NUON de high impactzone
    (HIZ) als minimale afstand tussen turbines en leidingen; bij molens is dit tegenwoordig de
    Werpwijdte-Nominaal toerental.
    In 2004 was dit de ashoogte plus eenderde van de rotorbladlengte. Bij de molens die indertijd
    op Westeinde gebouwd zijn, gaat het om een afstand van 59 meter. Alle vier de hogedruk
    gasleidingen liggen ruim binnen deze afstand.
    Deelt u de mening dat met terugwerkende kracht deze grotere afstanden bij Westeinde moeten
    worden toegepast teneinde de kans op ongelukken nog verder te verkleinen? Zo nee, waarom
    niet?


    Antwoord 7:Nee, de geplaatste windturbines voldoen aan geldende wet- en regelgeving. De huidige
    vergunning gaat over het vervangen door soortgelijke windturbines, die voldoen ook aan de
    wet- en regelgeving.



    Vraag 8:De 10-5e contour die bepalend is voor de vergunningverlening ligt op 29 meter per windmolen,
    maar de grootste gasleiding ligt op 30 meter naast alle molens. Hoewel de afstand formeel is
    aangehouden, moet wel worden opgemerkt dat de gasleidingen aan de oostkant van de molens
    liggen; m.a.w.: bij een calamiteit met bv. een zware westerstorm is de kans aanwezig dat
    eventueel afvallende windmolenonderdelen zich niet precies aan 29 meter zullen houden.
    Op welke manier wordt rekening gehouden met een dergelijk scenario? Is dit meegenomen in
    de betreffende contour? Graag een gemotiveerd antwoord.



    Antwoord 8:Een dergelijk scenario zal niet voor kunnen komen. Bij een dergelijk scenario zal de windturbine
    uit gaan door de aanwezige beveiligingen, zoals aangegeven onder het antwoord op vraag 2. De
    windturbines zullen uitschakelen bij een windsnelheid hoger dan 25 m/s. Daarmee zal er in het
    geval van een zware (wester)storm geen groter risico zijn voor het afbreken van één van de
    wieken.
    Om in Nederland een windturbine te mogen plaatsen dient deze, in lijn met het
    Activiteitenbesluit Milieubeheer, gecertificeerd te zijn volgens de internationale IEC 61400-1
    normen. In deze norm wordt de windturbine getoetst in alle soorten omstandigheden en wordt
    het faalgedrag getoetst door een onafhankelijke instelling.



    Vraag 9:De provincie Noord-Holland heeft een minimale afstand van 600 meter aangenomen voor nieuw
    te bouwen molens ten opzichte van woningen. Bij Windpark Westeinde staan sowieso 6
    woningen op of binnen 300 meter van en tussen meerdere molens.
    De 100% letaliteitscontouren van een mogelijk inslagpunt (molen op 48 inch gasleiding) zijn
    210 meter en lopen vlak langs meerdere woningen.

    Tevens hebben meerdere omwonenden meermaals aangegeven al 11 jaar ernstige
    geluidsoverlast en slagschaduw te ervaren, maar ondanks meerdere klachten (bij o.a. de
    exploitant, de RUD, gemeente Anna Paulowna en OD.NZKG) is hier nooit iets aan veranderd.
    Waarom worden de afstanden van molens tot de woningen niet vergroot, nu gebleken is dat er
    met de huidige afstanden veel overlast is en een sterk verhoogde gevaarzetting
    voor meerdere omwonenden? Graag een gemotiveerd antwoord.



    Antwoord 9:Bij de laatste wijziging van de PRV hebben PS er voor gekozen om één-op-één-vervanging van
    windparken toe te staan. PS hebben er daarnaast voor gekozen om alleen voor nieuwe
    windparken de afstandseis van 600 meter op te nemen. Wij zijn van mening dat het vervangen
    van het bestaande windpark niet leidt tot een onveiligere situatie. Wat betreft geluid en
    slagschaduw is onze verwachting dat er minder overlast zal zijn, omdat de nieuwe windturbines
    minder lawaai maken en er een stilstandsregeling beschikbaar is ten aanzien van slagschaduw.
    Daarbij merken wij op dat de vergunningaanvraag voldoet aan de regelgeving uit het
    Activiteitenbesluit Milieubeheer.


    Vraag 10:Waarom word bij betreffende molens niet het 600 meter criterium als minimale afstand
    gehanteerd, nu de huidige molens (inclusief fundering) compleet vervangen worden door een
    nieuw/ander type molen? Hoeven nieuwe molens niet te voldoen aan nieuwe regels?
    Graag een gemotiveerd antwoord.



    Antwoord 10:De windturbines worden vervangen door eenzelfde aantal windturbines met een eenzelfde
    ashoogte, rotordiameter en verschijningsvorm. Daarmee wordt voldaan aan artikel 32 tweede
    lid van de PRV. Dit artikel voorziet in een groeimarge van maximaal 10%, mits geen
    verslechtering ontstaat; ook daaraan wordt voldaan.



    Vraag 11:Op wat voor manier denkt de Provincie de omwonenden te gaan beschermen tegen
    bovengenoemde overlast en gevaar? Graag een gemotiveerd antwoord.



    Antwoord 11:Toezicht en handhaving op de bouw- en milieuregelgeving van windturbines voert de
    Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied voor ons uit. Omwonenden kunnen een klacht
    indienen bij de Omgevingsdienst als sprake is van overlast of gevaar. De huidige wet- en
    regelgeving biedt voldoende mogelijkheden om op te treden als de regels worden overtreden.



    Prov. N-H



    0 reacties :

    Een reactie plaatsen