Groen beleid met een zwarte rand

Datum:
  • zaterdag 25 april 2015
  • in
  • Categorie: ,
  • Als we na invoering van het energieakkoord 14% van onze stroom kunnen opwekken met windenergie en we gebruiken in de praktijk niet meer dan 13,8% van onze energie in de vorm van elektriciteit dan betekent dat we dan bruto 1,9% van ons totale energiegebruik met windmolens opwekken (13,8% x 14:100 = 1,932 %).

    AUTEUR 


    Windmolens, biomassa, geothermie. 

    Een gastbijdrage van Hugo Matthijssen.
    Op dit moment zijn er enorme krachten in de maatschappij werkzaam, die er op gericht zijn om onze economie te vergroenen. De politiek getuigt in alle geledingen van een uitzonderlijke dadendrang ter zake, echter zonder enige reflectie op doel en middelen.
    Het energieakkoord, waarin is afgesproken dat we een deel van onze energie meer duurzaam moeten opwekken, is misschien wel het meest saillante voorbeeld daarvan.
    Om die doelen te halen wordt gebruik gemaakt van een SDE+ regeling. Dat betekent dat de extra kosten voor bijvoorbeeld de geplande windenergie, subsidie voor verstoken van biomassa, isolatie etc. direct zullen worden opgehaald bij de burger en kleine bedrijven via de energierekening. Kun je of wil je dat niet betalen, dan wordt de stroom afgesloten.
    Onlangs rapporteerden de media dat ook de Rekenkamer tot de conclusie was gekomen dat de doelen van het energieakkoord alleen haalbaar zouden zijn als er meer SDE+ subsidie komt. De geplande productie van groene energie was volgens de Rekenkamer te hoog ingeschat en meer geld erbij is dan een van de adviezen.
    Voor de uitvoering van de energieplannen van 2011 tot 2023 is 58,9 miljard nodig. Als we de adviezen van de Rekenkamer volgen dan zou daar nog eens 12,8 miljard bij moeten. Zie blz. 48 van het laatste rapport van de Rekenkamer, ‘Stimulering van duurzame energieproductie (SDE+) haalbaarheid en betaalbaarheid van de beleidsdoelen’.
    Willen we in 2020 en 2023 ook maar in de buurt van de groene doelen van de regering komen dan zal het bedrag gaan oplopen tot 71,8 miljard euro, geld dat voor een groot deel via de SDE+ regeling direct bij de burger zal worden opgehaald.
    Wat het effect van dergelijke regelingen in de praktijk zal zijn, is nu al in Duitsland zichtbaar. Inmiddels heeft men een nieuw woord, Energiearmut, toegevoegd aan deDeutsche Wortschatz. Meer dan 300.000 gezinnen worden jaarlijks afgesloten omdat ze de subsidie voor de groene doelen niet meer kunnen opbrengen.
    Een ander fenomeen dat het failliet van Energiewende laat zien is dat in Duitsland de laatste jaren weer meer bruinkoolcentrales bijgebouwd worden en dagmijnen weer volledig operationeel zijn. Niet vreemd dat dan ook de CO2–uitstoot per kWh de afgelopen jaren weer toeneemt.
    Wat is nu de stand van zaken van het energieakkoord? De belangrijkste pijlers van het energieakkoord zijn.
    Sluiten van kolencentrales
    Een van de afspraken was om kolencentrales te sluiten zodat gascentrales die per kWh veel minder CO2 uitstoten weer rendabel worden. Dat is in de praktijk niet haalbaar gebleken. De kolencentrales zijn niet gesloten maar moeten nu ‘schoner’ gaan werken en de energiemaatschappijen sluiten nu de meest moderne gascentrales omdat die in het huidige bestel niet meer rendabel te exploiteren zijn. Zie bijvoorbeeld hier.
    14% van onze stroomproductie ‘duurzaam’ opwekken met windenergie
    Als we na invoering van het energieakkoord 14% van onze stroom kunnen opwekken met windenergie en we gebruiken in de praktijk niet meer dan 13,8% van onze energie in de vorm van elektriciteit dan betekent dat we dan bruto 1,9% van ons totale energiegebruik met windmolens opwekken (13,8% x 14:100 = 1,932 %).
    Als we vervolgens ook nog eens kijken naar de inpassingsverliezen die erbij horen en de windstroompieken die bij de afnemende vraag niet kunnen worden ingepast dan blijft van een echte bijdrage nauwelijks iets over.
    Daarvoor zetten we ons land en de kustwateren vol met windmolens en betalen gigantische subsidies aan de eigenaren en projectontwikkelaars. Bij iedere molen meer wordt de rekening hoger. En daarmee moeten we onze CO2–reductie halen? Windmolens blijken in de praktijk niet meer te betekenen dan erg duur politiek getuigenisbeleid.
    Dan biomassa misschien?
    We verstoken onder Europese druk al een fors aantal jaren graan, mais en suiker na vergisting tot alcohol als bijmenging in onze automotoren en van eetbare olie maken we biodiesel. Let wel: brandstof geproduceerd van voedselgewassen!
    Het is dan ook al vaker voorgekomen dat boeren in de derde wereld verjaagd worden van hun land of gedwongen worden onze producten te telen. Dit rapporteerde de Volkskrant daar over: ‘Boer in ontwikkelingsland dupe van Nederlandse handel':
    Investeringen in milieuvriendelijkere brandstoffen staan op gespannen voet met voedselzekerheid in ontwikkelingslanden. ‘Deze en andere tegenstrijdigheden in beleid ondermijnen de effectiviteit én geloofwaardigheid van ontwikkelingssamenwerking.’
    Bedenk daarbij ook dat iedere hectare landbouwgrond die we in Nederland gebruiken voor biobrandstof en biochemie producten uiteindelijk gecompenseerd zal moeten worden en er door deze wijze van werken veel minder voedsel op de wereldmarkt beschikbaar komt. En wij maken van onze voedselgewassen motorbrandstof, biogas (mais) plastic en petflessen etc. en noemen dat duurzaam.
    In een ver verleden zijn onze fossiele brandstoffen ook afkomstig uit organisch materiaal. Bossen die miljoenen jaren geleden op aarde groeiden maar ook plankton uit zee. Alles wat je van fossiele delfstoffen kunt maken kun je ook van de huidige gewassen produceren alleen dan heb je wel steeds minder voedselproductie.
    Een andere grote pijler is het verstoken van biomassa uit de bossen in andere continenten. Milieuclubs in Canada en de VS hebben al luide protesten laten horen.
    Ook weer betaald met SDE–subsidies en volgens het huidige beleid verstoken we straks nog veel meer hout afkomstig uit bossen uit Canada en de VS in onze centrales. Dat hout wordt geoogst, vermalen en gedroogd en in pallets geperst waarna het met schepen hier naar toe gebracht wordt. En dat heet duurzaam.
    In de landen van herkomst klinkt steeds meer kritiek over de ecologische effecten van Europees beleid voor duurzame energie. Actiegroepen uit de Verenigde Staten als de Dogwood Alliance protesteren tegen de houtkap in de Appalachen met de slogan ‘Our forests aren’t fuel’. Dit is de regio waaruit Essent haar pellets importeert. Bos met laagwaardig hout dat anders natuurgebied bleef, is dankzij de Europese miljardensubsidies plotseling rendabel om te oogsten.
    De Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) schrijft daarover het volgende in haar recente visiedocument:
    Het visiedocument is te lezen als een samenvatting van de inzichten van de gerenommeerdste onafhankelijke experts in binnen– en buitenland. In het document wordt een aantal betwistbare veronderstellingen, die aan de basis liggen van het beleid van zowel de Nederlandse regering als de Europese Commissie, onder de loep gelegd. Zo is het twijfelachtig of het klimaat gebaat is bij biobrandstof of bij het mee stoken van hout in kolencentrales. Die twijfel stelt het subsidiëren van deze vermeende alternatieven voor fossiele brandstoffen in een ander licht. De KNAW concludeert dat biomassa – waartoe ook frituurvet en landbouwafval worden gerekend – niet moet worden beschouwd als brandstof maar als grondstof.
    Conclusie:
    Het verbranden van hout in elektriciteitscentrales en van bio–ethanol en biodiesel in auto’s lijkt niet of nauwelijks bij te dragen aan besparing van CO2–uitstoot. Daarom zijn ze niet geschikt als middel voor de transitie naar een duurzame energievoorziening.
    Je zou het haast niet geloven maar zelfs natuur– en milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu worden wakker.
    De verwachtingen van biomassa als duurzame energiebron waren hoog gespannen. In toenemende mate groeit echter het besef dat aan biomassa ook grote nadelen zijn verbonden. Voorbeelden zijn de ontbossing in Indonesië en de hogere voedselprijzen. Vervanging van fossiele energiebronnen (zoals kolen en olie) door sommige biomassa vermindert de CO2–uitstoot niet of kan die zelfs vergroten.
    En nu de laatste groene loot de restwarmte en geothermie
    Recent kwam minister Kamp in het nieuws met de boodschap dat hij denkt de helft van ons energiegebruik te kunnen winnen uit afvalwarmte en geothermie.
    Daarover circuleren positieve verhalen. Maar als men de energetische opbrengst van restwarmte en geothermie vergelijkt met die van gascentrales blijkt dat deze daarbij in het niet vallen. Ook de kosten blijken hoger. Maar ook hier maakt de SDE–subsidie het rendabel.
    Wat ook vreemd te noemen is is dat niemand bezwaar maakt tegen het duizenden meters diep boren van gaten door de waterhoudende lagen en de ondoorlaatbare lagen heen om vervolgens onder hoge druk water te gaan rondpompen met chemicaliën om een relatief geringe hoeveelheid warmte naar boven te halen.
    Samengevat
    Zet je alles op een rij dan zou de eerste actie moeten zijn het direct stoppen van het biomassagebruik wij ‘stelen’ het voedsel uit de markt en slopen wereldwijd bossen. Ook de houtpallets die  gesubsidieerd over de oceanen gesleept worden om hier in onze centrales te verbranden zouden moeten worden tegenhouden. Iets voor Greenpeace? Of richten zij zich selectief alleen op fossiele brandstoffen?
    De tweede actie zou kunnen zijn het afbouwen van bijmenging van biobased brandstof en mondiaal verbieden om voedselgewassen zoals mais, granen, suikers, eetbare olie etc. te gebruiken om brandstof en chemische producten van te maken. Hier is de prioriteit eerst de honger de wereld uit.
    Windmolens dragen na invoering van het energieakkoord  in 2020 niet meer bij dan 1,9% van ons energiegebruik aan weersafhankelijke stroom op ons vraaggestuurd stroomnet. Die wisselende stroompieken moeten worden ingepast op dat netwerk en een van de effecten daarvan is dat met name de WKK–centrales van het net gedrukt worden en het rendement van de totale stroomopwekking onderuit gaat.
    In de praktijk is de bijdrage van windmolens na invoering van het energieakkoord bruto 1,9% van ons totale energiegebruik na aftrek van de inpassingsverliezen hou je dan ook nog nauwelijks wat over. De meest rationele beslissing zou zijn stoppen met die, vanuit technisch oogpunt gezien, vrijwel nutteloze apparaten.
    En als laatste stoppen met de SDE+ regelingen de nadelen zijn groter dan de voordelen. Je houdt tijdelijk processen en technieken in de lucht die alleen rendabel zijn dankzij deze subsidie, maar praktisch gezien nauwelijks enige bijdrage leveren aan een duurzame toekomst, zeker als blijkt dat de vermeden CO2–uitstoot in de praktijk van al die technieken samen net iets meer dan nul is.
    Ook kun je je de vraag stellen wat er duurzaam is aan windmolens die om de 15 tot 20 jaar moeten worden vervangen. Je blijft zitten met een hoop schroot, kunststof wieken en enorme betonnen funderingen. Zou er dan nog iemand zo gek zijn om ze vervolgens weer te gaan bouwen en daar dan weer miljarden voor gaan investeren? Ik dacht het niet.
    Kijk ook eens wat het effect op de economie zal zijn als we de komende 15 tot 20 jaren meer dan 71 miljard uit de economie trekken voor beleid dat nauwelijks wat bijdraagt.  Hoeveel werkgelegenheid in de echte economie gaat dat kosten?
    Met andere woorden ons ‘groene beleid’ is verre van groen maar zit dichter tegen zwart aan.
    Aldus Hugo Matthijssen.











    0 reacties :

    Een reactie plaatsen